Schuin
tegenover de Sint Jan van Lateranen staat een gebouwtje, dat van buiten niet de
indruk wekt dat zich daarin twee van de meest heilige plaatsen van Rome
bevinden: de Heilige Trap en het Heilige der Heiligen.
De Heilige Trap (It.: Scala Santa) is volgens de traditie de trap die door
Christus werd bestegen voordat hij door Pontius Pilatus berecht zou worden. De
heilige keizerin Helena, de moeder van de Romeinse keizer Constantijn, heeft
deze trap rond het jaar 326, samen met vele andere relikwiën, vanuit Jeruzalem
mee naar Rome gebracht.
Oorspronkelijk
was deze trap aangebracht in het Lateraans Paleis, maar bij de bouw van het
nieuwe paleis onder paus Sixtus V werd de Heilige Trap verplaatst naar de kapel
van het Heilige der Heiligen. Paus Innocentius XII liet de 28 marmeren treden
bedekken met walnotenhout, maar er werden gaten opengelaten op de plaatsen waar
bloeddruppels van Christus te zien zouden zijn. Het is een eeuwenoude devotie om
deze trap biddend en op de knieën te beklimmen, met name tijdens de Goede Week.
Paus Pius X kondigde in 1908 af dat elke geknielde bestijging van de trap,
gevolgd door een biecht en deelname aan de Eucharistie een volle aflaat
oplevert. Om vervolgens weer naar beneden te komen (en voor degenen die de trap
niet knielend willen opgaan) zijn er aan weerszijden van de Heilige Trap twee
gewone trappen.