Goslar

Keizerpalts

Het tussen 1040 en 1050 onder Heinrich de Derde gebouwde keizerlijk paleis is een uniek monument van wereldlijke architectuur. Meer dan tweehonderd jaar lang werd hier op talrijke rijks- en hofdagen Duitse en Europese geschiedenis geschreven. Ten zuiden van het keizerlijk paleis ligt de paleiskapel St. Ulrich. Onder een grafzerk met een voorstelling van Heinrich de Derde ligt het hart van de in 1056 gestorven keizer. Beide gebouwen werden in de 19e eeuw grondig gerenoveerd , de zaal van het keizerlijke huis werd door de historieschilder H. Wislicenus beschilderd.
Met haar omvangrijke tentoonstelling van de geschiedenis van het Wanderkaisertums, de periode waarin de keizer geen vaste vestigingsplaats had, maar verspreid door het rijk domicilie hield, is de Kaiserpfalz een “must” voor de bezoeker van Goslar.

Grote Heilige Kruis

In 1254 werd het Grote Heilige Kruis opgericht als inrichting voor de stedelijke armenzorg. Hier vonden niet alleen armen, zwakkeren en wezen, maar ook pelgrims en andere reizigers een slaapplaats en verzorging met voeding. In geheel Duitsland uniek: met moderne seniorenwoningen in een zijvleugel vervult de inrichting, 750 jaren na de stichting, nog steeds haar sociale taak. In de kleine “provenierskamer” , die in de Baroktijd van de hal werd afgescheiden, hebben nu kunsthandwerkers hun ambachtswinkel, waardoor dit belangrijke monument een levendige culturele plek is geworden.

In het Grote Heilige Kruis beleeft u de levendige sfeer van werkplaatsen in een historische omgeving:
Zeven kleine deuren leiden u van de middeleeuwse hal in kleine ruimten, waar lokale kunsthandwerkslieden, zoals glas- en papierkunstenaars, pottenbakkers en goudsmeden alsook textielontwerpers hun producten aanbieden. Verder is er in het hofje de Glasstudio met glasgalerie en de Houtstudio met ambachtelijk vervaardigde decoratieve en gebruiksvoorwerpen. Tassen, horloges, schrijfgerei en nog veel meer. Meer informatie onder: www.kunsthandwerk-goslar.de

Marktplein en Marktfontein

De ongelijke torens van de Marktkirche steken boven het marktplein met het raadhuis uit. De grote betekenis van de marktfontein is opvallend: hij markeert het middelpunt van het marktplein en daarmee van de stad. Bovenop prijkt het stadwapen van Goslar, de adelaar.
Wat op het eerste oog een eenheid lijkt, is in werkelijkheid een complexe puzzel: de onderste schaal van de fontein (12e eeuw) is het grootste bronzen gietwerk uit de romaanse tijd. De bovenste schaal is ongeveer honderd jaar jonger en was met haar sokkel ooit een zelfstandige fontein. En de adelaar zelf: dateert het lijf uit het begin van de 13e eeuw, de jongste uitbreiding zijn kroon, is in de huidige vorm 18e eeuws.

Raadhuis en Huldigingszaal

Het raadhuis van Goslar is letterlijk een eeuwenoud bouwwerk: de oostvleugel stamt uit het midden van de 15e eeuw. Haar bogengaanderij opent zich aan de Marktplatz. Gedurende de vier eeuwen daarna werd het raadhuis verder uitgebouwd. Bepalend voor het beeld is echter de 16e eeuw, de bloeitijd van Goslar, toen de Hanzestad en Vrije Rijksstad profiteerde van de opleving van de mijnbouw. Tot op de dag van vandaag vervult het Raadhuis zijn oorspronkelijke functie: hier zetelt de burgemeester en onder de wonderschone houten sterrenhemel van de hal beraadslagen de raadsleden over het welbevinden van de stad. De Huldigingszaal in het Goslarse raadhuis werd tussen 1505 en 1520 als raadszaal ingericht. Het is een uniek kleinood van laatgotische binnenhuisarchitectuur: zijn wanden, het plafond en zelfs de vensternissen zijn volledig met voorstellingen beschilderd. Elk schilderij is een kunstwerk van hoge kwaliteit, dat zich naadloos voegt in de overweldigende totale indruk. Rank houtsnijwerk bekroont de afzonderlijke wandschilderingen. Na restauraties in de afgelopen jaren, wordt de Huldigingszaal nu tegen verval beschermd door de modernste veiligheids-, klimaat- en belichtingstechniek. Een tentoonstelling maakt de bezoeker wegwijs in de geschiedenis en betekenis.

Klokken- en figurenspel aan de markt

Vier maal daags richten zich alle blikken en fototoestellen op de dakopbouw van de tresoor aan de oostzijde van de Marktplatz. Drie deuren gaan open en een figurenomloop, omlijst met klokkenspel op de toon van een mijnwerkerslied, vertelt de geschiedenis van de mijnbouw in de Rammelsberg vanaf de met legendes omgeven ontdekking door ridder Ramm tot in de moderne tijd. Klokkenspel en figurenomloop werden door het mijnbouwbedrijf Preussag in 1968 ter gelegenheid van het duizendjarig jubileum van de Rammelsberger ertsmijn geschonken. Aanvullend klinkt om 08:30 uur het ochtendlied en om 18:30 uur het avondlied (zonder figurenomloop).

Looierijmolen

Bij de riviertjes Gose en Abzucht zijn er zo’n 40 plekken, waar in de loop van de afgelopen duizend jaren het water als aandrijving voor molens werd gebruikt. Vandaag klapwiekt er nog één molen “bij de ruisende beek”. De molen bij “Klapperhagen” werd in het begin van de 16e eeuw gebouwd en was in de laatste bedrijfsperiode een cement- en looierijmolen. In de westvleugel zijn grote delen van de historische aandrijvingstechniek en het stampwerk behouden. Hier werd uit boomschors (“Lohe”) zuren gewonnen, die voor de ververij werden gebruikt. Het Goslarer Museum verzorgt de bezichtiging van dit bijzondere technische monument.

Schoenmakersplein

Niet ver van de Marktplatz bevindt zich het Schuhhof, het oudste plein van Goslar. Statige vakwerkhuizen en de booggaanderijen van het schoenmakersgildehuis omringen het plein. Nog goed zichtbaar is hoe de huizen zijn ontstaan uit de smalle marktkramen.
Met Kerst wordt dit plein omgetoverd in een sfeervol Weihnachtswald, dat jaarlijks vele duizenden bezoekers naar Goslar trekt.

Borstdoek

Het in 1521 gebouwde Brusttuch is één van de mooiste patriciërshuizen van Goslar. Er is nauwelijks een rechte hoek te ontdekken in dit huis met een trapezevormige plattegrond. De timmerman heeft alle zeilen moeten bijzetten voor het kunstige vakwerk en de dakconstructie. Aan het vakwerk van de bovenverdieping heeft een beeldhouwer zijn fantasie de vrije loop gelaten. Daar bevindt zich een bont gezelschap van figuren uit de antieke mythologie, dierfiguren en scènes. De symboliek is nu nog maar moeilijk te ontraadselen.
Het is bijna een herkenningsteken van Goslar: de “Butterhanne”, een maagd die met de ene hand karnt en met de andere hand haar rok tot over haar achterste geschoven heeft. Het huis is nu in gebruik als hotel restaurant.

Het bakkersgildehuis

Aan de oostgevel van het bakkersgildehuis ziet men het wapen van het bakkersgilde, de ongekroonde Goslarse adelaar met een broodje als hartschild en ander gebak.
Een prachtige diepe erker van houten balken siert het vakwerk van de bovenverdieping, die pas in 1557 op de massieve benedenverdieping werd gebouwd. Men kan aan deze huizen aflezen hoe de burgerij steeds belangrijker en rijker werd.

Siemenshaus

Het hoofdkantoor van de industriëlenfamilie Siemens in de Schreiberstraße, gebouwd in 1693, behoort tot de grootste en best bewaard gebleven burgermanshuizen van Goslar. Het is een indrukwekkend voorbeeld van het voor die tijd “multifunctionele” karakter van het huis: het was niet alleen woonhuis, maar bood tevens ruimte voor de zakelijke activiteiten van de familie.
De vrachtkarren konden door de toegangspoort op het geplaveide erf rijden, waar de zolders met meerdere etages en bijgebouwen een overvloed aan opslagruimte boden. Het Brauhaus is een monument van de Goslarse economische geschiedenis: meer dan 380 huizen mochten in de 17e eeuw bier brouwen en verkopen.

Brede poort

Tot in de verre omtrek zichtbaar symboliseerden de vestingwerken van een middeleeuwse stad –wallen en grachten, muren, torens en de Zwinger (verdedigingstoren” tussen de muren”) – hun weerbaarheid. De stadspoorten vormden zwakke plekken in de verdediging en moesten daarom in het bijzonder worden beschermd.
In de 16e eeuw werden de vestingwerken van Goslar voor het laatst versterkt, de poorten werden tot ware “poortburchten” uitgebouwd. Deze situatie is nog goed zichtbaar bij de Breite Tor met zijn flankerende Zwinger en de poortwachterkazerne “Werderhof”. Grote delen van de vestingwerken werden in de 18e en 19e eeuw afgebroken – hun “diensttijd” zat erop en ze stonden de uitbreiding en modernisering van de stad in de weg.

terug naar startpagina - zaterdag - zondag