H. van Heerde / J. van Heerde - Dragt 1965 - 1980

Invaliditeitsuitkering 1965 H. van Heerde

Brief H. van Heerde, handgeschreven (concept?), voorjaar 1966:

portret Hendrik van Heerde 1960Naar aanleiding van uw afwijzingsbeslissing op mijn aanvraag voor invaliditeitsrente wil ik nog het volgende onder uw aandacht brengen. Dat deze beslissing dusdanig gevallen is voor mij een duistere zaak. Van een ambtenaar van de Raad van Arbeid heb ik terdege begrepen wanneer iemand beneden de 45% kan werken zo iemand in aanmerking komt voor invaliditeitsrente. Toen ik in februari 1965 opgenomen werd in het ziekenhuis te Emmeloord, 5 weken daar heb gelegen, zei mij de dokter dat ik het werk in de smederij maar moest overlaten aan mijn zoons en tevens gewaarschuwd voor inspanning. Toen ik bij de controlerende arts in Meppel geweest ben was haast het eerste woord: president Eisenhouwer heeft hetzelfde gehad en die werkt ook. Mooie boodschap. Hoe kan zo'n arts beoordelen wat mij mankeert zonder het bloed te controleren. Toen in februari 1965 de plaatselijke arts in Vollenhove bij mij kwam zei hij dat het hart normaal was. 2 dagen nadien lag ik in het ziekenhuis. Bij de smederij hebben we (d.w.z. met 2 zoons) een winkel. In deze winkel verricht ik nu samen met mijn vrouw lichte bezigheden. Kunt u nu uit deze gegevens verklaren dat ik niet voor invaliditeitsrente in aanmerking kom? Dokter Goetheer en dokter Van Brakel uit Emmeloord zeggen: niet meer in de smederij. Controlerende arts zegt: Eisenhouwer heeft hetzelfde gehad dus - vul maar verder in. En de Raad van Arbeid zegt: komt er niet voor in aanmerking. Al met al, als werknemer heeft men hier meer recht van spreken dan een middenstander. Deze moet zichzelf maar redden. Nogmaals het is mij een duistere zaak en ik hoop dat dit schrijven tot een veranderende zienswijze mag leiden.

Hendrik van Heerde en Jantien Dragt 1964 - opening winkelRaad van Beroep te Zwolle, aantekening mondelinge uitspraak d.d. 10-5-1966 inzake beslissing bestuur Sociale Verzekeringsbank d.d. 27-1-1966: op 20-7-1965, datum aanvraag invaliditeitsrente, was klager invalide in de zin van art. 72 der invaliditeitswet. Deze invaliditeit is van blijvende aard. Het rapport van de loonkundige van de RvA van 12-11-1965, waarin wordt gewezen op de nog ontplooide activiteiten, wordt ondergeschikt geacht aan de medische verklaring van J.W. Gülcher te Meppel d.d. 23-3-1966, die stelt dat de coronaire thromose van februari 1965 en de nog bestaande angineuse klachten wijzen op een angina pectoris waardoor werken onmogelijk is geworden, al op of omstreeks 19-2-1965 en dat er ook geen uitzicht is op verbetering, dus vermindering van de invaliditeit.

Het beroep wordt dus gegrond verklaard. Op 22-6-1966 schrijft H. van Heerde opnieuw een brief:

Mijne heren! Naar aanleiding van uw schrijven gedateerd 16 mei j.l. waarin mededeling wordt gedaan van de uitspraak van de Raad van Beroep op 10 mei en waarin klager, dat is ondergetekende, invalide was verklaard in de zin van art. 72 der Invaliditeitswet en volgens dit schrijven een nadere beslissing zou worden genomen betreffende de aanvraag om rente, zou ik gaarne ten spoedigste die beslissing van u vernemen. Daar is nu ongeveer 1 1/2 maand over verlopen om hierover een uitspraak te doen. U zult dunkt me wel begrijpen gezien de aanvraag op 20 juli 1965 dat ik van mijn kant wel eens wil weten waar ik aan toe ben. Uw antwoord tegemoet ziende teken ik, hoogachtend, H. van Heerde.

Op 6-7-1966 komt dan het verlossende antwoord van de Sociale Verzekeringsbank: er wordt rente en bijslag toegekend vanaf 1-2-1965, een bedrag van f 5178 tot en met juli 1966, en vanaf dan per maand f 401,59. Blijkbaar komt er opnieuw een loonkundige langs, die er voor zorgt dat op 28-8-1967 een intrekkingsbeslissing op de mat valt. Dan is betrokkene echter al overleden, op 5-8-1967 op vakantie in Nunspeet, aan opnieuw een hartaanval....

Er wordt dus beroep aangetekend bij de Raad van Beroep in Zwolle, op 22-9-1967, om de resterende maanden alsnog uitgekeerd te krijgen. Per brief d.d. 2-10-1967 laat de voorzitter echter weten dat het klaagschrift niet helemaal compleet is: het afschrift van de beslissing ontbreekt, en de namen van de overige kinderen als erfgenamen. Dat wordt op 6-10-1967 rechtgetrokken. Op 20-10-1967 meldt de voorzitter van de RvB echter dat alle kinderen meerderjarig zijn, en er dus een machtiging moet worden afgegeven. Die volgt per omgaande, op 24-10-1967. Op 1-12-1967 komt dan wel een bericht over de rente voor weduwe J. van Heerde-Dragt, een maandbedrag AOW van f 281,96 vanaf december, een nabetaling van augustus tot december van f 37,84 en de toekenning van een jaarrente van f 113,52, deze laatste op basis van de invaliditeitswet.

In januari blijkt uit een opgave van de Sociale Verzekeringsbank er slechts tot 1-7-1967 invaliditeitsrente te zijn uitbetaald, en wordt voor de maanden juli en augustus verwezen naar het GAK in Amsterdam. Op 26-1-1968 meldt de griffier van de Raad van Beroep dat er een voorbereidend onderzoek is gestart in het twistgeding over de ontbrekende maanden. Dat vindt uiteindelijk plaats op 29-7-1968.

En daar stopt het verhaal, de uitslag is dus onbekend...

Overlijden 1967 H. van Heerde

Zijn geboortedatum was 20-11-1903. Tijdens zijn (eerste) vakantie overleed hij in Nunspeet aan de gevolgen van zijn tweede hartaanval. Hij werd begraven op woensdag 9 augustus in Vollenhove op de algemene begraafplaats. Voor het plaatsen van een staande steen op het graf, vak H nr. 10, kreeg men 18-3-1968 vergunning. Het grafrecht voor 30 jaar ging in op 6-8-1967.

Op donderdag 17 augustus 1967 verscheen in de krant Handelsbelangen, in de rubriek In Memoriam, ook het overlijdensbericht van H. van Heerde (64), direkteur fa. H. van Heerde & Zonen te Vollenhove.

Overlijden 1980 J. van Heerde-Dragt

Op 20 juni 1980 te 06.30 uur is in de gemeente Brederwiede overleden Dragt, Jantje, geboren te Stad-Vollenhove op 21 februari 1897, wonende te Vollenhove, gemeente Brederwiede, echtgenote geweest van van Heerde, Hendrik. De overledene is een dochter van Dragt, Jan Baver, en Leeuw, Aagje. De aangifte is gedaan door van Heerde, Egbert, oud 55 jaar, smid, wonende te Vollenhove, gemeente Brederwiede, die verklaarde uit eigen wetenschap kennis te dragen van het overlijden. Waarvan akte, opgemaakt door de ambtenaar van de burgerlijke stand van Brederwiede op 20 juni 1980.