De
kerk van San Pietro in Vincoli of Sint-Pieters-Banden is gebouwd in de 5e eeuw
op de heuvel Esquilijn om er de toen in Jeruzalem teruggevonden boeien van
Petrus te bewaren. De ketens in het reliekschrijn zijn zeker oudromeins, maar of
ze iets met Petrus te maken hebben, is een andere vraag.
De kerk is herbouwd in de 8e eeuw maar in de 18e eeuw aangekleed in de smaak van die tijd - zozeer dat het oude aspect, buiten de zuilen en de algemene lijn van de basilica verdwenen is.
Belangrijkste doel voor bezichtiging is de Mozes van Michelangelo die rechts vooraan staat opgesteld.
Deze
Mozes was door Michelangelo bedoeld als de centrale figuur van een groep van 48
beelden die samen het overigens nooit voltooide grafmonument moesten vormen voor
Julius II, de renaissancepaus (paus van 1503 tot 1513) die meer weg had van een
veldheer dan van een bisschop. Behalve de Mozes bestaan er nog enkele half
afgewerkte slaven, bewaard deels in het Louvre, deels in Florence. De beelden
van Lia (met de spiegel) en Rachel, de twee vrouwen van Jakob, wellicht symbolen
van de contemplatie, zijn mogelijks nog van Michelangelo zelf. De rest is werk
van leerlingen.
Het is moeilijk niet onder de indruk te komen van dit geweldige beeld, een
baardige Titan, één spier en pees, klaar om op te springen, dreigend als een
orkaan. Michelangelo heeft dat geweldige nog onderstreept door de kleding: die
is bewust "barbaars", zoals bijvoorbeeld het schoeisel, dat hij heeft afgekeken
van dat van de Daciërs op de zuil van Trajanus. Zoals Mozes toornt op zijn
lamlendige volk, dat de vleespotten van Egypte, waar ze slaaf zijn, zo ongaarne
verruilt voor de risico's van de door God aangeboden vrijheid, zo heeft Julius
II geworsteld en getoornd, zegt dit beeld, om Italië te bewegen de knechtschap
af te schudden en zich te bevrijden van Fransen, Spanjaarden, Oostenrijkers, en
één volk te worden. Samen met de Sixtijnse kapel is dit beeld het meesterwerk
van de rijpe tijd van de kunstenaar, geboren in 1475 en toen 40 jaar oud.
Buiten de kerk gekomen ziet men rechts een boog en het begin van een trap die naar de Via Cavour afdaalt. Daar liep eertijds de de oudromeinse vicus sceleratus, het 'misdaad-straatje', zo genoemd omdat Tullia, de dochter van koning Servius Tullius, daar ijskoud over het lijk van haar vader zou zijn gereden, nadat die op haar aangeven door soldaten van haar man omgebracht was. Op die manier bemachtigde deze laatste de troon. Die usurpator was Tarquinius, weldra bijgenaamd Superbus, de laatste koning van Rome. Beneden staat het middeleeuwse, vestingachtige huis met mooie 16e-eeuwse loggia, dat eertijds aan de Spaanse familie der Borgia's toebehoorde. De meest beruchte leden daarvan waren paus Alexander VI en diens afschuwelijke zoon Cesare Borgia; zijn dochter Lucrezia Borgia was beter dan de naam die ze gekregen heeft.