dag 15 - 19 november: Dalat

Dalat (Capitool: blz 114-116) ligt op een hoogte van 1500 meter en was in de koloniale tijd een populaire plaats om de hitte van de Mekongdelta te ontvluchten. Door de hoge ligging heersen er hier het hele jaar aangename temperaturen. Dalat is momenteel één van de meest romantische oorden voor de Vietnamezen en veel pasgetrouwde stelletjes brengen hier hun wittebroodsweken door. In Dalat bevinden zich nog een aantal oude, in koloniale stijl gebouwde, villa's. Het is opvallend dat de huizen en hotels in Vietnam vaak smal en hoog zijn en er op het dak vaak betonijzer uitsteekt zodat er altijd nog een verdieping opgebouwd kan worden. Vaak is ook alleen de voorkant van een huis geschilderd in één van de pastelkleuren geel, groen, blauw of roze of is alleen de voorkant van het huis voorzien van tegeltjes die in een badkamer niet zouden misstaan.

 

 

 

De koelte van het hoger gelegen Dalat is voor velen een welkome afwisseling na de warme zeelucht langs de kust. Dit schitterende heuvelachtige gebied leent zich uitstekend voor een wandeling of brommertocht. Het is hier heerlijk genieten van de natuur, maar dit is ook het gebied van koffie- en theeplantages, bloemen- en fruitteelt. Je zou kunnen zeggen dat Dalat de groenteboer van Zuid-Vietnam is omdat door de relatief lage temperatuur veel verschillende (en vaak uitheemse) groenten verbouwd kunnen worden.

Wij hebben de omgeving van Dalat verkend met de hele groep, ieder achterop een brommer (met chauffeur dus). Ze noemen het een 'easy riders tour' en we hebben er veel plezier aan beleefd. De route ging eerst naar het oude spoorwegstation: overgebleven uit het Franse koloniale tijdperk, een beetje zoals het (voormalige) station Quai d'Orsay in Parijs. Het heet Cremaillere Railway, is een leuk gebouwtje, in pasteltinten geschilderd, met glas in lood ramen en op het spoor een oude (Russische) stoomlocomotief.

Vervolgens reden we naar de Lin Phuoc Pagoda, drakenpagode, zo'n 8 kilometer buiten de stad. We hebben dit kunstwerk van keramiek- en glasscherven uitvoerig bekeken, erg de moeite waard. Je kon overal in en opklimmen, mits met respect cq blootvoets. Buiten was men bezig met het restaureren van een beeldengroep.

De tocht ging langs een kwekerij van rozen en gerbera's, voor ons niet erg spannend. We dronken koffie op zijn Vietnamees (filteren aan tafel) bij een koffieplantage, gingen vandaar lopend door een 'minderheden'dorp (geen viet mensen dus, maar een kleine 'stam') - langs de modderwegen, huizen met palmbladeren en vooral veel scharrelende kippen en varkens. Terug bij het restaurantje weer op de brommer, nu naar de Olifantwaterval. De omgeving van Dalat is bezaaid met watervallen (o.a Dambri, Bo Bla, Datanla) en dit is slechts één van de vele. Vlak daarbij was een zijdespinnerij, erg interessant om te zien hoe de zijdecocons in een heel hoog tempo werden 'aangehaakt' door de spinsters aan een spinmachine die de cocon, liggend in een bassin met heet water, helemaal afwikkelt en op een grote spoel de zijdedraad, bestaande uit een aantal draden van evenzoveel cocons, wordt opgewikkeld. In Hoi An hadden we al gezien hoe men de zijdewormen opkweekt totdat ze zich inspinnen in een cocon.

Tot slot bezochten we nog een krekelboerderij: men fokt hier krekels, en bakt of frituurt ze uiteindelijk.

 

 

 

zie verder dag 16 - of ga terug naar het reisschema