dag 5 - 9 november: Halongbaai

De uitgestrekte baai van Halong ligt in de Golf van Tonkin, 164 km oostelijk van Hanoi. Dit spectaculaire waterlandschap vol kalkstenen pilaren en eilandjes bestrijkt 434 vierkante kilometer. De meeste van de 1600 eilanden zijn grillig en steil en daardoor nauwelijks door de mens aangetast. Het gebied is niet alleen landschappelijk fraai, maar ook van groot biologisch en geologisch belang.
Halongbaai is eigenlijk een verdronken karstlandschap waar de zee een doorslaggevende rol speelt. In een dergelijk landschap op het droge zijn vooral de top en zijkanten van de kalkstenen rotsen aan erosie onderhevig. Hier werkt het herhaaldelijk overstromende en weer terugtrekkende zeewater vooral ook in op de basis van de rotsen. Daardoor blijven ze steil met zo goed als verticale wanden.
De torenvormige, alleenstaande kalkrotsen (fenglin) variëren in hoogte van 50 tot 100 meter. Op de grotere eilanden komen groepjes conische karstrotsen voor, de fengcong, die gemiddeld 100 meter boven zeeniveau uitsteken met uitschieters tot 200 meter. Op deze eilanden liggen opvallend veel meren. Dau Be bijvoorbeeld telt er zes. In de rotswanden van de grillig ingesneden kustlijn zijn op veel plaatsenspelonken, bogen en druipsteengrotten uitgesleten. Het uitgebreide assortiment aan kalksteenvormen, onder en boven water en in leeftijd variërend van fossiel tot jong, levert een schat aan gegevens op over de complexe wisselwerking van geologische en klimatologische processen. Halong heeft een gevarieerde fl ora, met op sommige plaatsen primair tropisch woud. Zoogdieren, reptielen en vogels bewonen de eilanden en in zee komen naar schatting duizend soorten vis voor. Het gebied telt talloze archeologische vindplaatsen. De oudste sporen zijn achtergelaten door de tienduizend jaar oude Hoa Binh-cultuur. Vondsten uit de late steentijd zijn zo talrijk en typerend voor de Vietnamese noordkust dat ze een zelfstandige categorie vormen onder de naam Halong-cultuur. In de prehistorie was Halong een belangrijke haven op de handelsroutes tussen China, Japan en Zuidoost-Azië. Halongbaai is niet het enige verdronken karstlandschap, zeker niet in Zuidoost-Azië. Maar het staat bekend als het grootste en best ontwikkelde door de zee gedomineerde fengcong- en fenglin- gebied ter wereld.

Hier stond een boottocht op het programma. Voor entree van dit Nationaal Park moesten we 40.000 VND betalen, maar dat was het waard. De entree op Ti Top eiland, 10.000 VND, was dat niet. We genoten vooral vanaf het dek (je mocht daar pas na het verlaten van de haven naartoe!) van de ongekende natuurpracht van dit schilderachtige watergebied. Het is er vaak mistig, vooral ’s morgens, maar wij hadden eerst wat heiigheid en verder vooral prachtig stralend weer.
Er werd twee keer aangelegd, eerst bij één van de talloze grotten, later bij Ti Topeiland (strandje en berg met uitzichtpunt), door Ho Chi Minh zo vernoemd naar de kosmonaut Titov - net genoeg tijd om het bergje te beklimmen, te weinig om in de zon te liggen.

We namen een trap naar de ingang van de Hang Dau Go grot. Deze grot is eigenlijk een grote ruimte, een hal zo groot als een voetbalveld met veel formaties waar de fantasie meer of minder moeite voor heeft moeten doen. Een andere grot is de Hang Sun grot: de grot der verrassingen. Deze 12.000 m² meter grote grot werd in 1995 voor de toeristen opengesteld en is werkelijk prachtig. Met een beetje goede wil kun je in de stalagnieten en -tieten verschillende figuren zoals een schildpad, een Boeddha, een draak of een meisje met lang haar ontdekken.

's Middags werd een door de bootslui klaargemaakte lunch geserveerd met (inkt)vis, garnalen en krab (kosten: 120.000 VND). Tussen de eilandjes door zie je helaas geen traditionele jonk meer varen, met zijn karakteristieke grote roodbruine zeilen: het zijn nu alleen nog maar omgebouwde boten voor vervoer van toeristen .

Ha Long betekent letterlijk 'neerkomende draken' en volgens de legende is dat precies wat hier gebeurd is. Heel lang geleden toen de voorvaderen vochten tegen de indringers vanuit het noorden, stuurden de goden hulp. Ze zonden een drakenfamilie uit de hemel om de mensen te helpen het land te verdedigen. De draken streken neer in wat we nu kennen als Halong Baai en begonnen daar juwelen en jade te spugen. Zodra de edelstenen het water raakten veranderden ze in eilandjes en vormden zo een barrière tegen de indringers. De Vietnamezen konden zo hun eigen land behouden en vormden het land Vietnam. Het beviel de draken zo goed op aarde dat ze besloten te blijven. De moederdraak ligt in Halong en haar kinderen liggen in Bai Tu Long. De staarten van de draken vormen het gebied Bach Long Vi.

Zie ook: http://nl.wikipedia.org/wiki/H%E1%BA%A1_Long_Baai

In de middag (vertrek 14.30 uur) reden we terug naar Hanoi, waar we even voor zeven uur aankwamen. Onderweg stopten we bij een keramiekfabriek, met nog echt ouderwetse ovens en veel handwerk. blijkens de labels wordt er veel geëxporteerd naar adressen over de hele wereld, o.a. grote vazen naar oosterse restaurants.

We sliepen weer in het A & EM Hotel, evenals de eerste twee nachten, maar hadden nu een kamer op de tweede verdieping, net boven de keuken - en hadden zo geen daglicht maar wel lawaai en geurtjes. Een stuk slechter!

We aten met enkelen van de groep opnieuw bij Little Hanoi, het restaurant van de eerste dag. Het smaakte weer voortreffelijk.

zie verder dag 6 - of ga terug naar het reisschema