dag 7 - 11 november: boottocht Parfumrivier

Om 8 uur liepen we naar de haven om per boot een stuk van de Huong Giang of Parfumrivier stroomopwaarts te bevaren, waarbij we onderweg aanlegden bij de Thien Mu pagode. Het is in feite een heel tempelcomplex, waarbij de pagode de blikvanger is. Toen we aankwamen, vertrok er net een hele groep veteranen in uniform. Ze gingen graag met ons op de foto!

De boot legde uiteindelijk aan in de buurt (10 minuten lopen) van de Tu Duc tombe (Capitool blz. 145). Lopend kwamen langs een winkel waar wierookstaven werden gemaakt en verkocht, evenals rieten hoeden. Vlak voor de ingang van de tombe hebben we geluncht in een klein restaurantje. Het was hier oppassen met de gaarheid van het vlees!

 

 

 

Het was druilerig weer, de boottocht stelde weinig voor en werd vooral beïnvloed door de verkoopactiviteiten aan boort. We kochten er leuke boekenleggers, die we natuurlijk verderop in onze reis overal zagen - en veel goedkoper. Na afloop van het bezoek aan de Tu Duc tombe werden we met de bus teruggebracht naar Hué, en afgezet bij de citadel. Daar hebben we enkele uren rondgezworven: het is een heel groot complex. Er werd druk gewerkt aan de restauratie, maar echt op zijn Vietnamees: aan van alles tegelijkertijd, en met heel veel rommel.

Aan het einde van de middag zijn we nog in een supermarkt geweest: hier zagen we wat de echte prijzen zijn van diverse levensmiddelen, een goede maat voor de verdere aankopen op de markten en diverse straatwinkels. Tenslotte zijn we over de oude markt gelopen. Inmiddels ging het stortregenen en zijn we onder onze poncho's op zoek gegaan naar het restaurant dat ons was aanbevolen, maar dat konden we niet vinden en zijn uiteindelijk weer in Café Mandarin terechtgekomen.

 

Thien Mu Pagode

Aan de Parfumrivier ligt de controversiële Thien Mu Pagode. Deze pagode is de plek waar veel anti-communistische demonstraties zijn en worden gehouden. Thien Mu is ook wel bekend als de Linh Mu , wat 'Pagode van de Hemelse Witte Dame' betekent. Er zijn vele legendes rond deze tempel. Een gaat over een gouverneur uit Hanoi die in 1601 naar de zuidelijke gebieden vertrok. Toen deze Nguyen Hoang bij de Parfumrivier aankwam, ontmoette hij een oude vrouw.

Zij droeg hem op met een aangestoken wierookstaafje in zijn hand, in oostelijk richting langs de rivier te lopen. Daar waar de wierook doofde, moest hij een stad stichten. Hoang geloofde dat deze vrouw een afgezant van de goden moest zijn. Hij toonde zijn dankbaarheid voor deze ontmoeting door een de 'Pagode van de Hemelse Witte Dame' te bouwen op de plek waar hij haar ontmoette.

Een andere legende gaat dat de witharige dame verscheen op een heuvel in de vorm van een drakenkop. Ze was gekleed in een rode tuniek en een groene broek en voorspelde dat een machtig heer op deze plaats een pagode zou bouwen. Dit zou het land eeuwigdurende voorspoed brengen.
Wat wel met zekerheid te zeggen is dat de Thien Mu Pagode in 1601 is gebouwd en hiermee de oudste tempel van Hué is. Het meest opvallende onderdeel van de pagode is de achthoekige, zeven verdiepingen tellende bakstenen stoepa. Deze is in 1840 gebouwd in opdracht van keizer Thieu Tri. Elke verdieping vertegenwoordigt een van de incarnaties van Boeddha op aarde. In de twee paviljoens aan weerszijde ervan bevinden zich een enorme klok, gegoten in 1710, die meer dan 2000 kg weegt. Als deze klok luidt is dit zelfs in de stad te horen.
In het andere paviljoen is een grote stèle te zien uit 1715. Hierop staat de geschiedenis van het boeddhisme in Hué beschreven. Daar vlak achter staat de eigenlijke tempel met daarvoor een vergulde Maitreya Boeddha.

De pagode is al decennia controversieel. In de jaren '30 en '40 was dit al een broeinest van boeddhistisch verzet tegen het koloniale regime. Maar Thien Mu werd in 1963 in één klap beroemd toen een van de monniken van deze pagode zichzelf in Saigon in brand stak. Hij stierf uit protest tegen de gevolgen van het bewind van president Diem. De monnik was helemaal naar Saigon gereden in zijn grijsblauwe Austin. Dit voertuig heeft nu een ereplaats vlak achter het hoofdgebouw van Thien Mu, samen met een afdruk van de beroemde foto waarop te zien is dat hij zich in brand stak.

Thien Mu is nog steeds een brandpunt van boeddhistisch verzet tegen alle vormen van onderdrukking. De pagode is hierdoor een doorn in het oog van de regering. Toch is het een vredige plek. Vanaf het door schaduwrijke pijnbomen omzoomde terras heb je een weids uitzicht heeft over de Parfumrivier.

Keizerlijke tombes

Een bezienswaardigheid buiten Hué die je absoluut niet mag missen zijn de keizerlijke tombes. De extravagante mausoleums herbergen de dertien Nguyen-vorsten die tussen 1802-1945 over Vietnam regeerden. Vraag je de inwoners van Hué over deze majestueuze tombes, dan krijg je de wildste verhalen. Zo zouden de de keizers niet ín maar naast hun tombes zijn begraven, om grafschenners te misleiden. Voor de zekerheid werden de hoofden afgehakt van de grafdelvers, na hun bewezen diensten, zodat de rustplaats geheim zou blijven.

De tombes liggen langs de Parfumrivier tussen de 2 en 16 kilometer ten zuiden van het centrum. Je kunt er met de taxi, bus of zelfs per fiets naartoe maar de beste manier is met de boot. Reserveer er een hele dag voor, want de tombes zijn absoluut indrukwekkend en liggen een eind uit elkaar. Ze liggen in een uitstrekt gebied tezamen met andere gebouwen en paviljoenen. Alles vormt één geheel met kunstmatig aangelegde heuvels, tuinen, vijvers en watervallen.

 

 

 

 

 

 

 

De tombes bestaan uit drie delen: de grafheuvel met de tombe, de tempel voor de ziel van de overleden keizer en een stèle met verhalen over al zijn goede daden. Vanuit het aangrenzende troonpaviljoen kon de keizer zien wie er zijn grafmonument binnenwandelde. Helaas is er door de jaren heen veel beschadigd, maar de restauraties zijn aan de gang.

De mooiste tombes zijn die van de keizers Tu Duc (toegang 55.000 VND, ruim 2 euro), Minh Mang en Khai Dinh. Dit zijn mooie voorbeelden van Vietnamese boeddhistische stijl en architectuur. Die van Minh Mang is wellicht het meest indrukwekkend. Deze keizer regeerde tussen 1820 en 1840. Hij stierf na een ongelukkige val van zijn paard. Hij liet maar liefst 142 kinderen achter! Zijn tombe is wel 475 hectare groot en er werd ruim twee jaar aan gewerkt.  Zijn graf is geïnspireerd op de Ming Tomben bij Beijing in China. Ook hier leidt een boulevard met beelden naar de grafheuvel. De strakke bouwwerken zijn in symmetrie geplaatst en vormen een mooi contrast met de niet-symmetrische vijvers en tuinen die het complex omzoomen.

De citadel

Het stadshart van Hué (Capitool blz. 138) wordt gedomineerd door de ruim aangelegde citadel, waarvan de bouw in 1804 op last van de keizer gestart werd. Daarbinnen bevond zich een prachtig paleiscomplex, dat uitsluitend voor de keizerlijke familie toegankelijk was. Helaas is dit deel, de zogenaamde Verboden Purperen Stad, tijdens het Tet-offensief in 1968 verwoest. De toegangspoort en enkele ontvangsthallen zijn inmiddels gereconstrueerd.
De Keizerlijke Stad is de belangrijkste bezienswaardigheid van Hué. Vanuit hier regeerden de keizers van de Nguyen-dynastie. In 1802 versloeg Nguyen Anh de Tai Son rebellen en kroonde zich daarop tot eerste keizer van een dynastie die tot 1945 zou standhouden. Ze hielden er audiëntie en voltrokken religieuze riten die nodig waren om de harmonie tussen hemel en aarde te bewaren. Deze citadel is een geweldig mooi complex van tempels, paviljoens, tombes, muren, grachten, toegangspoorten, musea, winkels en galeries, waar je de geschiedenis van Vietnam ziet. Het is er heerlijk rustig, iets wat je niet snel op andere plekken in Vietnam zult tegenkomen.
De ommuurde citadel heeft een omtrek van 10 km en werd van 1802 tot 1833 gebouwd in opdracht van de keizer die er zijn intrek in nam. De citadel is ernstig beschadigd. Vooral door de gevechten tussen de Fransen en de Viet Minh, en tussen de Amerikanen en de Vietcong en tijdens het Tet Offensief in 1968. Het resultaat zijn lege plekken, maar nog steeds is het complex majestueus. De hoofdingang, de Ngo Mon, was vroeger gereserveerd voor de keizer. Klim naar de tweede verdieping voor een mooi uitzicht over de binnentuin. De ingangen links en rechts van de keizerlijke entree waren bestemd voor de burgerlijke en militaire Mandarijnen. Via ingangen in de vleugels kwamen soldaten, paarden en olifanten de stad binnen.

Ben je de hoofdingang door dan voert een brug tussen lotusvijvers je naar een voorplein met twee terrassen op verschillende niveaus. Op dit plein, San Dai Trieu Nghi, kwamen de Mandarijnen uit alle delen van het rijk samen om de keizer te eren. Hoe hoger je rang, hoe hoger je op de terrassen mocht plaatsnemen. De linkerkant van het terrein was voor burgerlijke Mandarijnen en de rechterkant voor de militairen.

 

Thai Hoa Dien

Het Thai Hoa Dien (het Paleis van de Opperste Harmonie) is het paleis waar de keizer de buitenlandse afgezanten en andere hoge gasten ontving. Ook was dit de plek waar keizers gekroond werden. Het gebouw heeft twee daken met goudgele tegels en een dakrand versierd met draken die over het dak 'kruipen'. Er staan tachtig zuilen die zijn bewerkt met confuciaanse teksten. Het paleis is zo gebouwd dat het in de zomer koel blijft en in de winter warm.

Verboden Purperen Stad

Achter het Thai Hoa Dien ligt de Verboden Purperen Stad (Tu Cam Thanh). De stad met deze bijna magische naam diende als het privé-terrein van de keizerlijke familie. De enige personen zonder keizerlijk bloed die hier naar binnen mochten, waren eunuchs, gecastreerde gevangenenbewaarders die geen bedreiging vormden voor de concubines en vrouwen van de keizer. Overtreders kregen de doodstraf.

De Verboden Purperen Stad is gebouwd in navolging van het hof van de Chinese keizers in Beijing. Het weerspiegelt het introverte karakter van de Vietnamese keizers. Het gebouw kreeg de bijnaam het Grote Binnenste. Alleen de keizer en zijn familie mocht de Verboden Stad betreden. De stad is in de jaren '60 - '70 van de vorige eeuw ernstig beschadigd tijdens het Tet Offensief. Maar het complex is nog steeds indrukwekkend en wordt momenteel gerestaureerd door UNESCO.

Het terrein wordt omringd door een bakstenen muur met zeven poorten. Hier stonden ooit tientallen gebouwen. Het westelijke gedeelte was bestemd voor de harems van de keizer. De bibliotheek, het theater en de archieven lagen in het oostelijk deel van de stad. De zuidelijke gebouwen waren gereserveerd voor officiële aangelegenheden, de noorderlijke voor het privéleven van de keizer.

Wanneer je de Verboden Purperen Stad binnenkomt passeer je een binnenplaats waar destijds begroetingsceremonies plaatsvonden. In de kleine gebouwen links en rechts op het terrein bereidden de Mandarijen zich voor op deze ceremonie.

zie verder dag 8 - of ga terug naar het reisschema