Utah

Hoewel Utah met 219.931 km2 een vrij grote oppervlakte heeft, is de bevolking met 2,2 miljoen nog steeds niet groot. Ongeveer 75% van die bevolking woont langs de bergketen Wasatch Front, waar de meeste voorzieningen te vinden zijn in de verder droge en bergachtige staat. Het Wasatch Front strekt zich uit van Provo tot Ogden en omvat ook Salt Lake City. Vanaf de interstate 15 van St. George tot Salt Lake City ziet men links steeds een oneindige vlakte, en rechts de bergen: een eentonig landschap.

Zo'n tweederde deel van het land in de staat is in het bezit van de federale overheid, die er o.a. vijf Nationale Parken en zes Nationale Monumenten heeft aangewezen. Bekendste daarvan zijn Zion, Bryce Canyon en Arches. Vlakbij Bryce Canyon, op de weg vanaf Zion, ligt ook Red Canyon, onbekend maar prachtig om te zien (zie de twee foto's hieronder). Het hoogste punt van Utah is King's Peak met ruim 4.100 meter, het laagste punt is Beaverdam Creek, wat nog steeds 600 meter boven zeeniveau ligt.

Red Canyon

De Mormonen maken vandaag de dag weer zo'n 90% van de bevolking uit; 95% van de totale bevolking is blank. Utah herbergt meerdere Indianenreservaten, o.a. voor de Navajo, Paiutes en Utes. Na de blanken zijn de Hispanics echter de grootste bevolkingsgroep; de Indianen en zwarten zijn hier verhoudingsgewijs niet veel aanwezig.

Het gebied dat nu de staat Utah omvat was al bewoond sinds 10.000 jaar voor Christus, waarschijnlijk door kleine groepen jagers, die in grotten woonden bij Lake Bonneville. Rond 400 na Chr. kwamen de Anasazi Indianen naar het gebied en bouwden hun beroemde pueblo's (dorpjes). De Anasazi verbouwden mais en bonen in het gebied, maar verlieten het rond 1250 weer, waarschijnlijk vanwege een grote droogte.

De eerste blanken bezochten het gebied in de 18e en 19e eeuw en troffen daar Shoshone Indianen aan, bestaande uit Paiute, Gosiute en Ute Indianen. De Ute in het oosten van Utah bezaten al paarden en leefden van de buffeljacht. Tot 1825 bleef het aantal blanken dat het gebied bezocht echter laag.

Red Canyon

Vanaf dat jaar werden er ook handelsposten in het gebied opgezet, voornamelijk om de bonthandel te stimuleren; permanente bewoning van blanken kwam echter vanwege het droge klimaat niet op gang. Dat gebeurde pas in 1847, toen een groep van zo'n 1300 Mormonen (de pioniers) onder leiding van Brigham Young in het Great Salt Lake gebied neerstreek. Young en zijn Mormonen waren gevlucht uit het oosten van de VS vanwege de gewelddadige godsdienstdiscriminatie die ze daar aan den lijve hadden moeten ondervinden. De godsdienst van de Mormonen is gebaseerd op geschriften uit een periode van plm. 600 voor Christus, als een aanvulling op het Oude Testament, geschreven door o.a. de profeet Moroni en 'teruggevonden' in New York State op een gouden plaat en overgeschreven door Joseph Smith, die helaas de trektocht door Amerika niet overleefde. De (christelijke) kerk heet officieel the Church of Jesus Christ of latter-day saints (heiligen der laatste dagen).

De Mormonen waren vast van plan het droge gebied tot groen paradijs om te toveren en stuurden hordes kolonisten vanuit Salt Lake City in alle windrichtingen. Tegen 1860 had Utah al 150 gemeenschappen met in totaal 40.000 mensen, die door irrigatie zichzelf konden onderhouden.

In 1869, na de completering (bij Promontory, Utah) van de spoorweg die oost en west van de VS met elkaar verbond, begonnen mijnbouw door heel Utah heen op te komen. Dit waren niet de Mormonen, want Brigham Young moedigde hen aan eerst de landbouw in het gebied te optimaliseren. Zodoende kregen niet-Mormonen de kans hun greep op het gebied te vergroten.

Tussen 1860 en 1890 groeide de bevolking van Utah tot ruim 200.000 (waarvan 90% Mormoons), maar toch was Utah nog steeds geen staat van de VS. Al vanaf 1849 hadden de Mormonen geprobeerd Utah aan te melden, maar de VS had steeds geweigerd. Eerst moesten enkele Mormoonse parktijken, waaronder polygamie, afgezworen worden. Toen dat gebeurd was, werd Utah in 1896 eindelijk de 45e staat van de VS.

Hoewel de eerste jaren zonder compleet Mormoonse levensstijl moeilijk waren, paste men zich snel aan. Niet-mormonen werden op sleutelposten in het openbare leven geplaatst en het aandeel Mormonen in de bevolking van Utah nam af tot 68% in 1920. Nieuwe mijnstadjes werden opgezet aan het begin van de 20e eeuw, nadat grote hoeveelheden koper en kolen waren gevonden.

Na de Depressie van de jaren '30, waarin Utah veel schade had geleden, werd het leven weer wat beter tijdens de Tweede Wereldoorlog, toen de wapenindustrie en de landbouw bloeiden. Sinds die tijd is de groei van de staat gewoon doorgegaan; nieuwe educatieve instituten en onderzoekscentra werden in de staat opgebouwd, en ook de informatietechnologie kwam naar Utah toe.

Tenslotte mag natuurlijk het toerisme niet vergeten worden, dat langzaam maar zeker een steeds belangrijker plaats in de economie begon in te nemen. De populariteit van de skigebieden (o.a. Park City, het hart van de Olympische Winterspelen van 2002) en de National Parken in de staat zorgen voor een bron van inkomsten die het hele jaar doorgaat.

Salt Lake City, genoemd naar het grote zoutmeer zo'n 15 km ten noordwesten van de stad, ligt op plm. 1300 meter hoogte. Het is een schone, enigszins 'cleane' stad door de Mormoonse invloed. De mooiste gebouwen behoren toe aan de kerk, en zijn gelegen op en rond het Tempelplein, het hart van de stad. De hooftempel, die overigens niet van binnen bezichtigd kan worden, werd gebouwd in de periode 1853 - 1893 uit enorme blokken steen. Verder Assembly Hall, de eerste kerk, en het Tabernacle waar tegenwoordig veel diensten plaats vinden, opgeluisterd door het wereldberoemde koor. Gratis rondleidingen worden graag verzorgd door 'sisters', jonge meisjes uit de hele wereld die er stage lopen in het missionarissenwerk. Rond het Tempelplein vindt men het Family Search Center, de Family History Library, het State Capitol (1914, mooi uitzicht) en Beehive House (domicilie van Young). Echt bijzonder is het echter niet.

Door het Family Search Center en de Family History Library van de mormonen is Salt Lake City de wereldhoofdplaats van de genealogie (voorouderonderzoek). In de computers liggen een miljard namen van ruim 70.000 families opgeslagen. Op microfiches en in boeken uit de hele wereld staan nog eens een miljard namen. Ook uit Nederland staan er diverse boeken en tijdschriften met historische gegevens, meer dan men in een gemiddelde bibliotheek in Nederland zal aantreffen. Overigens kent men diverse dependances, waarvan ook een aantal in Nederland. Een legertje vrijwilligers staat de bezoeker ontzettend vriendelijk en voorkomend terzijde bij de eigen zoektocht.

In de stad was medio 2001 nog maar weinig te merken van de voorbereidingen voor de Olympische Winterspelen van 2002. Veel van de bestaande accommodaties worden er voor gebruikt. Op het universiteitsterrein werd nog hard gewerkt aan een nieuwe verblijfsaccommodatie voor de sporters. In Park City was alles er al klaar voor, inclusief het tijdschema voor alle wedstrijden.

(bron: o.a. Dennis Kroese, zie http://www.allesamerika.com/)

terug naar Rondreis Amerika 2001