Wyoming

Wyoming behoort tot de tien grootste staten van de VS, maar heeft tegelijkertijd de kleinste bevolking van alle 50 staten: in 2000 iets minder dan een half miljoen mensen, waarvan een kwart in de steden Cheyenne, Casper en Laramie wonen. De staat wordt in het noorden en noordwesten omsloten door Montana, in het oosten door South Dakota en Nebraska, in het zuiden door Colorado, in het zuidwesten door Utah en in het westen door Idaho.

 

Het oosten van de staat bestaat uit de Great Plains, ten westen daarvan doorkruisen de Rocky Mountains grote delen van Wyoming. De gemiddelde hoogte in de staat ligt op 2.040 meter, het hoogste punt van Wyoming is Gannett Peak met 4.207 meter. 

Het meeste water dat uit de bergen komt wordt in de Missouri en Mississippi rivieren geloosd. Het grootste meer van de staat is Lake Yellowstone in het beroemde Yellowstone Park.

 

Naast Yellowstone kent Wyoming nog andere bijzonderheden, zoals 's werelds grootste minerale heetwaterbronnen bij Thermopolis. Daar kan men ook nog grazende kuddes bisons aanschouwen in het Hot Springs State Park.

    

Wind River Creek Canyon, middenin het indianenreservaat Wind River, is een prachtig gebied om doorheen te rijden.

Het klimaat van Wyoming is zeer gevarieerd: in de bergen vriest het 's winters tot 12 graden C en in de zomer wordt het gemiddeld 10 graden C; in het oosten vriest het 's winters niet meer dan 2 graden C terwijl het in de zomer 24 graden C kan worden. De regenval varieert al net zo, van 100 mm per jaar in het droge zuidwesten tot 5100 mm sneeuwval in de bergen.

Hoewel er enige landbouw en veeteelt bedreven wordt, is de belangrijkste industrie van Wyoming tegenwoordig de mijnbouw. Kolen, petroleum, aardgas, uranium en ijzer worden in grote hoeveelheden gewonnen uit de Rocky Mountains. Daarnaast is toerisme een belangrijke bron van inkomsten, niet in het minst door één van Amerika's meest beroemde Nationale Parken, Yellowstone.

Toen de eerste blanken het gebied bezochten in 1743 leefden in Wyoming voornamelijk Shoshoni en Arapaho Indianen maar ook Cheyennes, Sioux, Blackfeet, Arikara, Crow en Nez Percet. Dat waren allemaal nomadische Plains Indianen.

De eerste treinverbinding van de staat werd in 1867 door majoor generaal Grenville Dodge van Union Pacific Railroad afgerond bij Cheyenne, tegenwoordig de hoofdstad van de staat.  Voordat het spoor de stad kon bereiken was de trein al gevuld met gokkers, cowboys, speculanten, winkeliers en onroerend goedverkopers, wat de stad de bijnaam 'hell on wheels' gaf. De staat was de eerste die (in 1869) stemrecht aan vrouwen gaf, iets wat in 1889 ook in de Constitutie van Wyoming vastgelegd werd. In 1925 had Wyoming ook de primeur van de eerste vrouwelijke gouverneur van de VS. In 1890 werd Wyoming de 44ste staat van de VS.

De Indianen werden in 1876 na enkele bloedige veldslagen definitief verslagen en naar reservaten verbannen waardoor de blanke bevolking verder kon uitwaaieren. Voor dat jaar was de blanke kolonisatie beperkt gebleven tot het zuiden van het gebied. De staat kende tot het midden van de 20e eeuw voornamelijk landbouw en veeteelt; pas na 1950 nam de mijnindustrie de vlag over.

Wyoming is nog een echte 'cowboystaat', dat zich onder meer toont in het grote aantal rodeo's dat dagelijks (!) plaatsvindt. Cody is de geboorteplaats van de regionale held Buffalo Bill, waar o.a. een museum aan gewijd is. Hij ligt begraven in Cheyenne ('live the legend'). Elk jaar eind juli vinden de Cheyenne Frontier Days plaats ('daddy of em all'), waarvoor 'cowboys' van heinde en verre naar de stad komen voor rodeo's, omlijst door kermis en ander vertier. Rond het museum Indian Village, pal naast het rodeostadion in Frontier Park, vinden dan optredens plaats van indiaanse dansgroepen. Bij Cheyenne ligt Terry Bison Ranch, een historische bisonranch met 2500 bisons die er worden worden gefokt, waar men het vlees kan proeven en verder een indruk kan krijgen van het ranchleven in de 19e en begin 20e eeuw.

(bron: o.a. Dennis Kroese, zie http://www.allesamerika.com/)

terug naar Rondreis Amerika 2001