Het bedrijf in de periode 1951 - 1972

De oudste vergunning dateert van 4-9-1951. Blijkbaar moest volgens de vestigingswet kleinbedrijf 1937 en het vestigingsbesluit smidsbedrijven 1944 een vergunning worden verleend voor de voortzetting van de uitoefening van het smids- en hoefsmidsbedrijf, gevestigd in het perceel Voorpoort 5 in verband met wijziging in de personen van ondernemers.

Als ondernemers tekenden H. van Heerde en E. van Heerde. Op 1 november kreeg H. van Heerde van het Ministerie van Economische Zaken de verklaring te voldoen aan de minimumeisen vakbekwaambeheid voor de vestiging kleinhandel in ijzerwaren en gereedschappen. Het duurde tot 8-2-1952 voordat door de Kamer van Koophandel de vergunning werd verleend voor het uitbreiden van de inrichting in het pand Voorpoort 5 met de uitoefening van de kleinhandel in ijzerwaren en gereedschappen. Op 2-9-1952 ontving men van de Bedrijfsgroep Detailhandel een bewijs van inschrijving voor de productgroepen ijzerwaren en gereedschappen, huishoudelijke artikelen, haarden en kachels, en sanitaire artikelen. De inschrijving in het handelsregister van de Kamer van Koophandel van E. van Heerde Hzn was al beŽindigd in 1936. In 1951 werd er opnieuw ingeschreven, als smids- constructie- machine- en hoefsmidsbedrijf onder de handelsnaam H. van Heerde en Zn, landbouw- en hoefsmid., te Vollenhove, onder nummer 12085.

In de eerste helft van de jaren 1950 breidde het bedrijf zich gestaag uit. Er werd personeel aangenomen, zoals Johan Bakker en Karst Buitink. Zij bleven tot eind 1993 bij de firma bleven werken, tot de zaak weer afslankte en zij in de VUT gingen.  Ze maakten alle veranderingen in werkzaamheden mee: eerst 'machinebankwerker', toen 'gasfitter', later 'CV monteur'. Doorgaans had Van Heerde drie man in dienst en daarnaast ťťn winkelmeisje (vanaf 1968). 

Op 1-1-1961 wordt de firma H. van Heerde en Zoon uitgebreid tot de officiŽle fa. H. van Heerde en Zonen. In een later uittreksel van de KvK Zwolle (d.d. 22-2-1983) staan van de fa. H. van Heerde en Zonen (dossiernummer 21428) als vestigingsjaar 1748, en van de nieuwe vof 1-1-1961 met als (toen overblijvende) vennoten Egbert en Jan Baver van Heerde. Omschrijving van het bedrijf was toen: landbouwmechanisatiebedrijf, constructiebouwbedrijf, hoefsmidsbedrijf, wagenbouwbedrijf, kachelsmidsbedrijf. Verder kleinhandel in haarden, kachels, ijzerwaren, gereedschappen, verwarmings- en kookapparaten voor butagassen, flessen gas, huishoudelijke artikelen; gasfittersbedrijf en centraal verwarmingsbedrijf.

Op 23-2-1961, was de nieuwe verguning voor het smids- en hoefsmidsbedrijf afgekomen van de KvK, wegens het toetreden van Jan Baver van Heerde. Tegelijkertijd verdwijnt H. van Heerde uit beeld als 'beheerder van de inrichting'. De verklaring dat men voldeed aan de minimumeisen vakbekwamheid voor de kleinhandel in huishoudelijke artikelen, -machines en -apparaten kreeg men van EZ pas op 23-6-1961. Op 11-10-1961 volgt dan ook de vergunning voor 'de winkel', die nog steeds op Voorpoort 5 was gevestigd naast de oude smederij die in 1949 tot woonhuis was verbouwd. De winkel werd gedreven door Jantje (Jantien) Dragt, echtgenote van Hendrik van Heerde.

In 1963 komt er blijkbaar nieuwe wetgeving, een vestigingsbesluit metaalbewerkingsbedrijf en aanverwante bedrijven. Dat resulteert in twee nieuwe vergunningen op 1-5-1964 voor de (toen nog) 3 vennoten H., E. en J.B. van Heerde, kennelijk handelend onder de naam Landbouw- en hoefsmederij H. van Heerde en Zoon (enkelvoud!) voor enerzijds het uitoefenen van het landbouwmechanisatiebedrijf, anderzijds het hoefsmidsbedrijf. De komst van het aardgas leidt op 1-3-1966 tot twee nieuwe vergunningen, onder respectievelijk het vestigingsbesluit verwarmings- en aanverwante bedrijven 1960 een vergunning voor het kachelsmidsbedrijf, en onder het vestigingsbesluit bouwnijverheidsbedrijven 1958 voor het gasfittersbedrijf.

Het zijn weer de veranderende overheidsregels die leiden tot twee nieuwe vergunningen op 31-1-1969, te weten een vergunning voor de kleinhandel in gebruiksartikelen volgens het vestigingsbesluit gebruiksartikelenbedrijven 1966, en voor de kleinhandel in elektrotechnische artikelen volgens het vestigingsbesluit elektrotechnische bedrijven 1966. Merkwaardig is dat hier nog alle drie vennoten worden genoemd, zowel als vergunningshouders en als bedrijfsleiders en beheerders, terwijl H. van Heerde al in 1967 was overleden. Ook hier wordt de firma op de ene nog aangeduid als Fa. H. van Heerde en Zoon, op de andere zijn het plotseling Zonen.

In 1972 is er blijkbaar weer een verandering in de regels. Bij de Sociaal-Economische Raad moesten allerlei ontheffingen worden aangevraagd voor het verbod op uitoefenen van het centrale verwarmingsbedrijf. Er mocht blijkbaar vanaf dat moment (12-6-1972) alleen worden gewerkt aan installaties op gas tot maximaal 30 Mcal/h. Aan beide overgebleven vennoten werden verklaringen van vakbekwaamheid voor het landbouwmechanisatiebedrijf gezonden (24-7-1972), en van het hoofdbedrijfschap voor de detailhandel ontving men op 5-6-1972 ook nog verklaringen van vakbekwaamheid in de kleinhandel in gebruiksartikelen en elektrotechnische artikelen. Daarop kon de Kamer van Kopphandel op 28-7-1972 maar liefst 7 vergunningen afgeven.