Het bedrijf - eerste periode: 1791 - 1928

Inschrijving smidsgilde 1791

Afschrift uit 1793/1794, extra ordenaare ontvangst (uit het archief Hervormd Grootburgerweeshuis, rekeningen inventarisnummer 253): 6-1-1794 ontvangen van E. van Eerde voor het inkomen in het smidsgilde 1791 f 5 en 12 (stuivers).

Rekening 1803 Heeveweghekke

Er is nog een rekening "aan de kommenteerden van 't heeveweghekke, debet aan E. van Heerde" voor 1801 en 1802, "een nieuwe volde en 1 ooge an 't hekke", krammen en 1 haak, 13 spijkers van 5 en 6 duim en op 20 April nogmaals 8 spijkers van 5 duim. Nog vaag is de naam Van der Linde zichtbaar. Op 5 February 1803 is de rekening kennelijk voldaan, er staat een kruis door en de toevoeging "voldaan P (?) ov Mijn vaader - E. van Heerde".

Problemen met hoefstal op openbare weg 1868

In 1868 worden bij een brand een aantal huizen in de Voorstad van Ambt Vollenhove verwoest, waaronder blijkens een brief van gedeputeerde staten van Overijssel ook de smederij met hoefstal. Daarna is er blijkbaar een noodstal op de openbare weg geplaatst, wat blijkbaar sinds 1824 verboden was. De burgemeester schreef daarover op 16-9-1868 een brief, en kreeg op 24-9-1868 antwoord. Op 20-10-1868 werd er in een gemeenteraadsvergadering een verordening van politie op hoef- en noodstallen in de voorstad in de gemeente Ambt Vollenhove vastgesteld, die onmiddellijk inging. Het is dan verboden op de openbare straat hoef- of noodstallen op te richten of bestaande te herstellen of te vernieuwen, en reeds aanwezige doch in bouwvallige toestand verkerend of gedeeltelijk vernield worden op last van de gemeente binnen een nader te bepalen tijd weggeruimd. Op overtreding staat een boete van f 25, en art. 180 van de wet van 29-6-1851, staatsblad 85, is van toepassing. Op 22-10-1868 komt de bekrachtiging van deze verordening, per missive op 21-10-1868 verstuurd, reeds af van geduputeerde staten. Dat is snel!

Brief 20-1-1869 van E. van Heerde aan B&W van Ambt Vollenhove: Edelachtbare heren, daar mij door den heer burgemeester dezer gemeente is aangezegd om voor de 1e December 1868 mijn hoefstal af te breken en op te ruimen, waaraan ik niet heb kunnen voldoen door dientengevolge ik daar door een groot deel van mijn broodwinning zou moeten verliezen en zou zou dan de laatste schade der brand ook voor mij onbetaalbaar worden. Dog wil volgaarne alles doen wat voor mij in deze doenlijk is zo dat ik de hoefstal wel zo kort aan huis wil zetten dat ik mij maar enigszins kan redden. Zo uedel achtbare zulks verkiest verzoeke dan vrindelijk uedelachtbare advies in dezen, Uedelachtbare onderdanige dienaar, E van Heerde, Vollenhove den 20 Januarij 1869.

de hoefstal naast de tramrails in 1915NB: die hoefstal of travalje kwam inderdaad kort aan huis te staan, in de lengterichting direct naast de gevel, 'op de stoep'. Toen in 1914 de tramlijn Zwolle-Blokzijl in gebruik werd genomen, met een aftakking van het tramstation door de Bisschopstraat naar de haven, liep die zo dicht langs de hoefstal dat er een stuk van de bovenkant afgezaagd moest worden (de balk boven waar normaal het hoofd van het paard zit stak aan de zijkant uit). Deze zelfde travalje staat, met nog een andere, nog steeds in het hoefstaldeel van de smederij aan de Doelenstraat. (zie ook de prentbriefkaart Voorstad - Vollenhove uit 1915, met zelfs een paard in de travalje)

Inkoopprijslijst ijzer 1880

De firma W. Bernet & Cie berichtte E. van Heerde op 2-6-1880 de gewijzigde prijzen voor diverse soorten ijzer, verenstaal en (Duitsch) houtskool. "Ordinair ijzer" kostte toen in 'gewone afmetingen" f 8 per 100 Kilogram "op 4 maanden zonder, of à comptant met 2 pCt. korting". Duurder was het Duitsch, nog duurder het Best Duitsch ijzer. Verenstaal kwam blijkbaar vooral uit Engeland, een buitenbeentje was het Zweedsch ijzer.

Kasboek 1896 - 1897 - 1898

Het complete kasboek, eigenlijk debiteurenadministratie, uit de jaren 1996 - 1898 is er nog. Aan het begin staan de 61 klanten opgesomd met de folionummers van hun rekeningen, zeg maar de bladzijden waar die beginnen. Belangrijke klanten zijn Sloet van Marxvelt en Sloet van Oldruitenborg, verder de 'Dilligemschapij" (de Vollenhoofse Diligence Maatschappij) en het Armhuis, en vanaf 14-8-1897 ook de Boterfabriek die toen startte. De adresaanduidingen gaan niet verder dan: "in Stad", "op agtersteege", "in den achterstraat" , "op Zant" (?) etc. De aanduidingen zijn al gewoon in guldens en centen, in een aantal gevallen staat er 'voldaan' bij.

NB: het lijkt er op dat hier de gewoonte al aanwezig was, om per jaar een rekening te laten lopen en dan pas het volgende jaar te betalen. Tot in de jaren 1990 werd zo gewerkt: in de werkplaats lag een multomap, waar men het werk en de verbruikte materialen noteerde, na (soms ruim) een jaar werd dit verwerkt tot een rekening, nadat de inkoopprijzen er bij waren gezocht. Dat gebeurde in de jaren 1960 - 1990 altijd 's zomers, de rustige tijd qua werk als gas- resp. centrale-verwarmingsinstallateur. Het werd ook als service aan de klanten beschouwd, maar die hadden daar toch vaak een heel andere mening over: men wilde na het aanleggen van een installatie graag direct afrekenen, weten waar men aan toe was, en niet ruim een jaar wachten!

Getuigschrift Hoefsmid 1897 E. van Heerde

De Geldersch-Overijsselsche Maatschappij van Landbouw verstrekte op 5-1-1897 een getuigschrift van bekwaamheid als hoefsmid aan E. van Heerde, wonende te Ambt Vollenhove na afgelegd examen te Steenwijk. Het aantal verkregen punten was 14. (kopie, formaat A3)

Inschrijving Handelsregister Kamer van Koophandel

Uit het archief van de Kamer van koophandel, online te raadplegen via internet op de website van het Historisch Centrum Overijssel blijkt dat E. van Heerde Hzn te Ambt-Vollenhove vanaf 1924 staat ingeschreven als smid, inschrijvingsnummer 02790.

Hinderwetvergunning 1927

Uit het archief van de arbeidsinspectie te Deventer, Hinderwetvergunningen, doos nummer 52, Amt Vollenhove 1904 - 1929 (volgens briefje met handschrift van Jos Mooiweer): Bewijs van binnengekomen verzoek tot vergunning d.d. 11-4-1927, vervolgens aanvraag HW 6-5-1927, Ambt-Vollenhove, "Voorstad", Wijk A no. 5, (kadastraal bekend in sectie B no. 851), uitbreiding smederij met electro-ventilator van 0,19 PK, aanvrager Egbert van Heerde.

Op 8-4-1927 wordt openbaar bekendgemaakt dat op 22-4-1927 om 11 uur er in één der lokalen van het raadhuis een zitting is, waarbij bezwaren kunnen worden ingebracht. In de 'nauwkeurige beschrijving' worden als belendingen genoemd ten noorden kavel 1203, ten oosten 852, ten westen 847 en ten zuiden de weg naar Vollenhove. De werkplaats is gelijkvloers, 5 x 5,25 meter groot en 3,25 meter hoog. Er werken 2 mannelijke personen boven 16 jaar. Er zijn 2 ramen naar buiten en één naar binnen, samen 5,5 m2, en er is elektrisch licht. Verse lucht treedt binnen via tuimelramen. Er is een buitendeur en een binnendeur, het privaat bevindt zich achter de woning. Op de bijbehorende tekening is te zien dat de ventilator, waarschijnlijk t.b.v. de smidse, rechtsachter in de smederij wordt geplaatst op een hoogte van 1 meter 75. Linksachter is deur naar de woning, ernaast een binnenraam.

Op 20-5-1927 blijkt niemand 'in deze zitting is verschenen en tegen het plaatsen van voorschreven inrichting geene bezwaren zijn ingebracht', en er vergunning wordt verleend tot het plaatsen van de electro-ventilator in zijn werkplaats, overwegende, dat binnen den kring van 200 meter van het perceel, waarin de plaatsing zal plaatshebben, geene gebouwen of lokalen, bestemd tot ziekenverpleging, uitoefening van den openbare eredienst of scholen aanwezig zijn. E.e.a. moet binnen 3 maanden na dagtekening in werking zijn.

De gemeente heeft tegelijkertijd ook aanvragen binnengekregen en verwerkt van Jan Jans Winters en van Willem Weijs, beiden timmerman te Ambt Vollenhove, voor het plaatsen van een electromotor. Men heeft het er maar druk mee: er worden onderzoeken gedaan, formulieren ingevuld en opgestuurd naar de arbeidsinspectie, hoorzittingen gehouden en uiteindelijk een vergunning afgegeven....