Familiegeschiedenis in het kort

Op 12 juni 1746 trouwde Peter Gerrits(zoon) [Dreesen?] in Heerde met Janna Gerrits van Marle (geb. 1715). Zij kregen een dochter, Hendrika, in 1747, een zoon Gerrit (Peters) in 1749, nog een dochter, Gerritje, in 1750, een zoon Egbert (Peters)[vermoedelijk genoemd naar Janna's broer Egbert van Marle] werd gedoopt op 19-11-1752, een dochter Derkje in 1754 en nog eens een zoon Derk in 1757.
Van zoon Gerrit is bekend dat hij in 1775 vanuit Heerde naar Zwolle kwam, hij vestigde zich als meestersmid buiten de Sassenpoort.

Er is in de kerkboeken van Vollenhove ook een Gerrit van Heerde bekend, geboren in 1690, die in Vollenhove 'voor de Landpoorte' twee zonen en drie dochters krijgt in de periode 1719 - 1730. Intrigerend is waar met name Egbert Gerrits van Heerde, geboren in 1722, is gebleven. Verder is de relatie met de hiervoor genoemde Peter Gerrits onbekend. Is Peter een eerder geboren zoon van Gerrit (die dus niet in het kerkboek van Vollenhove staat)?

Egbert kwam vanuit Zwolle naar Vollenhove. Misschien was Peter al eerder met zijn gezin naar Zwolle gegaan, kon de oudste zoon Gerrit daar meestersmid worden en moest Egbert ergens een plek als gezel vinden.
In Vollenhove vond hij zo'n plek bij meestersmid Derk Overweg(h), smid voor de Landpoort en sinds 1730 burger van de Stad Vollenhove. Hij trouwde uiteindelijk zijn dochter Hendrikje, ergens rond 1775. Vanaf dat moment vinden we de voornamen Egbert en Hendrik veelvuldig in de stamboom. In 1790 wordt hij burger van de Stad Vollenhove, en in 1791 wordt hij ingeschreven als lid van het smidsgilde in de stad Vollenhove. Hij overleed op 1-8-1831.

Het was van oudsher gewoon dat een stad omgeven werd door een ring land buiten de poorten en grachten. Die strook heette de stadsvrijheid. Deze vrijheid van de stad Vollenhove strekte zich naar het oosten uit van de Landpoort tot (vermoedelijk) het tol huis ter hoogte van de Turfsteeg (nu bij garage Groen). Deze stadsvrijheid lag dus op het grondgebied van het Ambt, maar viel nog onder het recht van de Stad. Wie in dat gebied woonde kon burger van de stad zijn, zoals Egbert en zijn mannelijke nakomelingen. In het stadsrecht van Vollenhove wordt dit duidelijk omschreven in Keurboek B art. 190 en Keurboek C art. 185 : alle burgers wonend "in onser stat vryheit" zijn "gelijck andere onse borger, gheseten binnen onser stat veste", dus met dezelfde rechten en plichten.

Waarom Egbert meestersmid werd en niet Lambert Dirks, de oudere broer van Hendrikje, is mij onbekend.  Is Lambert vroeg overleden?

Egbert en Hendrikje kregen een dochter, Jentje Egberts (van Heerde) in 1779 en één zoon, Derk, gedoopt op 14-10-1787. Deze stond in de kerkboeken ingeschreven als Derk Overweg. Hij begon een kruidenierswinkel, waar tevens de boeren uit Ambt-Vollenhove 's zondags na kerktijd koffie dronken en hun kerkboeken lieten bewaren.
Die winkel bevond zich aan de overkant van de straat waar de smederij zich bevond, direct naast de (latere?) rijtuigstalling van het logement Van Smirren (later Van de Veen). In het kadaster, dat pas in 1832 werd opgericht, staat het vermeld onder perceel H 324.
Op 21-7-1810 trouwde Derk met de toen 18-jarige Hilligje van de Linde. Ze kregen zeven kinderen, waarvan de oudste, Egbert werd geboren op 21-1-1817.

Verder noem ik nog de jongste zoon Hendrik, die werd geboren op 30-1-1830. Zijn nazaten wonen nog steeds in Vollenhove: Ali Huisman-van Heerde plus kinderen en kleinkinderen, en Joop van Heerde. Hun ouders hadden een loodgietersbedrijf / elektriciensbedrijf en winkel, later voortgezet door Joop. Het bedrijf is verkocht aan Vredenburg BV en bestaat nog steeds. Uit dezelfde tak is ook schrijver Havanha (Hendrik van Heerde) afkomstig, bekend van de verhalen over Garriet-Jan en Annegien, geschreven in Vollenhoofs dialect . Ook zijn broers Wim en Gerrit waren schrijver, respectievelijk van toneelstukken / liederen en boeken die zich afspeelden in of rond Vollenhove.

De basis voor de scheiding tussen de familietakken aan de noord- en zuidkant van de straat door de Voorstad is hiermee gelegd. Naast de oudste en jongste zoon waren er slechts enkele dochters die hetzij vooroverleden, hetzij getrouwd waren toen Derk overleed. De oudste zoon ging door aan de noordkant als smid, de jongste aan de zuidkant als timmerman en winkelier.
Op de kadasterkaart van 1832 zien we één pand in eigendom van / bewoond door Egbert van Heerde en drie door Derk van Heerde. Met Egbert moet hier wel Derks vader bedoeld zijn, maar die is juist daarvoor overleden. Zijn gelijknamige kleinzoon is dan 15. Het bewuste pand, aangeduid met B509, staat op de plaats waar in de 20e eeuw met zekerheid de smederij staat. Daarachter was een woonhuis en ook daarnaast was een woonhuis van de familie, aangeduid met 512 (vaak dreven vader en zoon samen een tijdlang de smederij).

Derk, die van 1838-1843 en van 1851-1861 in de gemeenteraad van Ambt Vollenhove zat - waarvan 4 jaar als wethouder - en in 1848 zelfs ontvanger van die gemeente werd,  overleed op 7-1-1864, Hilligje kort daarna: 30-7-1864. In april had de boedelscheiding al plaatsgevonden door middel van een openbare veiling. Dochter Jentje, die met een smid 'van buiten' was getrouwd en de (grof)smederij had doorgezet, was toen ook al overleden en haar zoon was smid in de stad.

De oudste zoon Egbert van Heerde trouwde op 17-9-1836 op 19-jarige leeftijd met de 24-jarige Reinsje Tjeerde, een dienstbode uit Kuinre (10-1-1812). Haar moeder, Zwaantje de Wit, was dochter van schoolmeester Jan de Wit van Emmeloord op Schokland, en al overleden toen Reinsje 11 was. Ze woonden in de Kerkstraat, op de hoek van de Van Baaksteeg (A 161). Zij kregen zeven kinderen, waarvan de oudste zoon Dubbeld (1837) nog geen twee jaar oud werd. Verder kregen zij Derk (1840), nog een Dubbeld (1842), Hendrik (31-11-1844), Dorus (1847), Hilligje (1849) en Jan (1851). Deze laatste stierf toen hij nog geen zes jaar oud was. Egbert werd aanvankelijk schipper, leende in 1839 1000 gulden ondershands van zijn ouders, vermoedelijk voor een schip (NB: zijn zwager, Reinsjes broer Eelke, was in 1828 marktschipper te Kuinre).  Egbert van Heerde werd binnen de gemeente Ambt Vollenhove ingeschreven voor de Nationale Militie voor de lichting van het jaar 1836. Bij de loting trok hij nr. 9, waardoor hij in dienst moest. Door "het stellen van eenen nummerverwisselaar" heeft hij aan zijn plicht voldaan.

Pas in 1864 verwerft hij de smederij uit de boedel van zijn ouders voor f 526 (en wordt zijn woonhuis tot dan toe verkocht voor f 751 aan bakker Hendrik Vis - later bakkerij Post). Vier jaar na zijn aantreden als smid brandden diverse huizen in de Voorstad af, en vermoedelijk ook de smederij.

Egberts zoon Dorus werd beurtschipper op Zwolle, welk bedrijf door zijn zoon Egbert ('de koekedeuze') werd voortgezet. Halverwege de vorige eeuw fuseerde de toenmalige autotransportdienst met die van Driessen tot VVAD: Verenigde Vollenhoofse Autodiensten, en die bestaat nog steeds. Dorus' kleinzoon Theodorus van Heerde werd boekhouder, overleed enkele jaren geleden in Vollenhove en laat geen zoons na. Kleindochter (Wilhel)mina trouwde met 'grote' Jan Dragt (boer) en woont nog in Vollenhove.
Derk trouwde met Hendrina Hermanna Doijer, die blijkens de boedelscheiding van 1895 van zijn ouders winkelierster is. Zette zij na Derk's overlijden de winkel van diens grootvader Derk voort? Of is dit de winkel die we later aan de Voorpoort 7 aantreffen ( zie verderop)?

Hendrik van Heerde trouwde op 9-5-1868 met Johanna Maria van Smirren. Zij kregen zes kinderen: Annigje die in 1869 werd geboren en na tien maanden overleed, weer een Annigje in 1870, Egbert in 1873, Reinsje in 1877, Hilligje in 1879 en Derkje in 1883. Reinsje ofwel Rens trouwde met wagenmaker (Jan) Willem Dragt. Haar dochter Jo Dragt woonde tot haar overlijden in Vollenhove, dochter Mien woonde tot haar overlijden in de ouderlijke woning op de hoek Kerkstraat-Voorpoort (daarnaast stond vroeger de wagenmakerij).

Egbert van Heerde trouwde op 9-5-1902 met Vrouwkje van der Linde, een boerendochter. Zij woonden boven de winkel naast de smidse aan de Voorpoort (nu de winkel van juwelier / horlogier Winters) tot aan hun overlijden in 1937 respectievelijk 1961. Zij kregen vijf kinderen; Hendrik (20-11-1903 - 5-8-1967), Fem (1905-1956), Roel (1908 - 1993), Jo(hanna Maria, 1910), en Hendrika (Zus, 1912). Fem trouwde met boer Jan van Dalen en bleef in de buurt wonen (de Noordoostpolder), de overige kinderen vestigden zich ver van Vollenhove behalve Hendrik die de zaak voortzette.

Hendrik van Heerde trouwde op 21-jarige leeftijd in 1924 met Jantje (Jantien) Dragt, toen 27. Zij kregen drie kinderen: Egbert (24-2-1925 - 20-8-1993), Aat (Aagien) en Jan; waarvan Egbert nog in het ouderlijk huis in de Bisschopstraat werd geboren, het huis van wagenmaker en loco-burgemeester Jan Baver Dragt. Direct na de oorlog kwam zoon Egbert in de zaak, in 1961 kwam ook Jan erbij en werd het zo de firma H. van Heerde en Zonen. In 1949 werd de smidse aan de Voorpoort verplaatst naar 'de achterkant', dat wil zeggen aan de Doelenstraat, en daar in 1954 en 1964 vergroot tot de huidige vorm. De oude smederij werd verbouwd tot woonhuis, ingericht voor zoon Egbert die in 1949 trouwde. Ernaast was de winkel in huishoudelijke artikelen, gedreven door echtgenote Jantien als opvolgster van tante Rens en tante Dè (Derkje) en later zus Fem. Het woonhuis achter de smederij bood in de oorlogsjaren onderdak aan vier onderduikers, die voor de razzia's in de Noordoostpolder hun toevlucht hadden gezocht. Eén daarvan, Hans Meijer, trouwde met dochter Aa(g)t, en vestigde zich in de Noordoostpolder.
In 1964 werd een nieuw winkelpand met daarnaast twee woonhuizen gebouwd op de Voorpoort, en de oude plek 'buiten de poort' verlaten. De winkel werd tot aan het begin van de zeventiger jaren gedreven door Jantje, op zijn Venoos Jantien, en later door schoondochter Gé (Mast) die met Jan was getrouwd. Hendrik was jaren gemeenteraadslid, en ouderling van de Gereformeerde Kerk. Hendrik overleed in 1967, Jantien in 1981.

Egbert van Heerde trouwde op 16-9-1949 met onderwijzeres Barbertje (Bab) Aaltje Kuiper. Zij kregen vier kinderen: Henk (1953), Adri (1956), Joop G.W. (1959) en Jeanet (1961). Beide zoons wonen in Vollenhove. Egbert was jarenlang (1962 tot 1982) gemeenteraadslid, van 1951 tot 1987 secretaris van de Vollenhoofse Vereniging Voor Volksvermaken (de 4V's, waarvan hij op 23-3-1989 erelid werd) en van 1951 tot aan zijn overlijden in 1993 voorzitter van de Chr. Gemengde Zangvereniging 'De Zeeklank'. Voor zijn diensten aan de Vollenhover gemeenschap werd hij op 30-4-1988 onderscheiden met de eremedaille verbonden aan de orde van Oranje-Nassau in goud. Bab overleed op 16-5-2004 op 84-jarige leeftijd.