29 en 30-9 - dag 10-11 Bukittinggi

Het was nog een flink stuk rijden naar Bukittinggi (323 km, 12 uur) - dus we vertrokken al om 7 uur - maar de route was schitterend! Het eerste deel was bergafwaarts, van zo'n 1063 meter hoogte tot aan een vlak stuk op 234 m hoogte, over 111 kilometer. Klik hier voor de complete route in Google Earth. Om half negen stopten we in een dorp met verschillende smederijen waar (kap)messen werden gemaakt en langs de weg verkocht. In een half uur bekeken we dit ambacht en maakten uiteraard foto's. De smeden gebruiken als uitgangsmateriaal de bladveren van vrachtauto's, dat ze splitsen en afkorten.  Rond half elf stopten we een half uur bij een restaurant annex water(pret)park voor een kop koffie. Het was al warm, maar gelukkig was er een grote tuin met parasols, en in de halfopen ruimte ook voldoende ventilatie. Om half een, en toen waren we al weer behoorlijk aan het stijgen en dus aan het draaien met de bus de bergen in, stopten we voor een lunch bij een restaurant langs de weg. Het eten en de bediening waren prima, in een half uur waren we ook weer weg. Kort daarop stopten we voor het maken van een paar foto's bij de rivier, waar goudzoekers bezig waren. Rond half drie maakten we nog even een sanitaire stop bij een tankstation, toen waren we al aardig gaar van het gedraai rond alle haarspeldbochten. Het ging niet snel, zelden haalde de bus de 50 km per uur. De bus had nog steeds geen goede airco, en ook de stuurbekrachtiging gaf de geest zodat er enkele malen gesleuteld moest worden.

In het plaatsje Bonjol staken we om 16 uur de evenaar over, uiteraard te voet want daar is de plaatselijke toerisme-industrie op ingesteld. Omdat er bij de echte evenaarpassage geen ruimte was voor een grote parkeerplaats worden de toeristen een paar honderd meter eerder bedot met een groot bord over de weg, en uiteraard is er een betaalde parkeerplaats - waar allerlei kraampjes en T-shirtverkopers hun slag proberen te slaan. We maakten een foto bij de echte evenaar - bepaald met de GPS.  Iedereen laat zich fotograferen bij de driepoot met daarop een wereldbol. We hadden tijd genoeg, want nu was er ook een brandstofleiding van de bus geknapt, welke reparatie een uur in beslag nam. Gelukkig konden we toen verder! Ondertussen maakten wij een praatje met wat belangstellende kinderen (op schoolreis), Jan schreef voor hen - en de leerkracht - de tekst op van een Hollands kinderliedje (In Holland staat een huis).

Aan het eind van de dag daalden we na de zoveelste bergpas af naar Bukittinggi, dat mooi gelegen is in een kom tussen twee vulkanen in. Bukittinggi is het administratieve, culturele en educatieve centrum van de Minangkabau. De stad heeft een grote kleurrijke markt.

Bukittinggi (ook wel Bukit Tinggi, letterlijk "hoge heuvel") is de grootste stad in de Minang-hooglanden, West-Sumatra, IndonesiŽ en de hoofdstad van de stadsgemeente (kota otonom) Bukittinggi. Het ligt 108 kilometer ten noorden van Padang. De stad heeft meer dan 90.000 inwoners. In de Nederlandse periode heette de stad Fort de Kock, dat in 1825, tijdens de Paderi-oorlogen, werd gebouwd door de Nederlanders en werd vernoemd naar luitenant Gouverneur-Generaal Hendrik Merkus de Kock. De naam van de stad was toen Fort-de-Kock. Bukittinggi is een echte toeristenstad, geliefd om het koele klimaat door de hoge ligging (900 meter).

We kwamen om 18.45 uur - het was al donker - aan bij het Gran Malindo hotel (57 kamers, gratis wifi, goede beoordelingen, 's morgens wel moskeelawaai). We sliepen hier 2 nachten, hadden allemaal kamers op de 3e verdieping - er was geen lift - en helaas hadden wij een kamer achterin de gang, in de buurt van de keuken. De volgende ochtend, en ook 's avonds, stonk het verschrikkelijk naar nassi goreng en andere etensluchtjes. Daarnaast werd er pal onder ons raam afval verbrand, ook niet erg fijn. En inderdaad beginnen alle moskee's in de buurt, en blijkbaar waren dat er minstens drie, rond 5 uur 's ochtends via de luidsprekers iedereen op te roepen voor het ochtendgebed. Hoewel de juiste richting naar Mekka op het plafond stond aangegeven, hebben we hier toch maar geen gehoor aan gegeven.

Het ontbijt was redelijk, hoewel het wat moeite kostte om gebakken eitjes te scoren (traag) en er ook weinig brood was en al helemaal geen keuze in beleg. Er was een grote lobby met wat bankstellen en tafels, waar je prima kon zitten praten en gebruik maken van (gratis) draadloos internet (ook hier wel traag).

Nadat we ons hadden geÔnstalleerd volgde de briefing door reisbegeleider Jim in de lobby. Daar was ook Wendra, niet alleen lokale gids maar ook (mede)eigenaar van backpackersrestaurant Canyon Cafe (genoemd naar het Karbouwengat, zie verderop). Wendra levert de excursies: een wandeling door het Karbouwengat, of een toer met minibusjes door de omgeving, rond de cultuur van de Minangkabauwers. wij kozen voor het laatste, maar dan in de middag - zodat we de ochtend hadden om bij te komen en de stad te verkennen.

Gezamenlijk trokken we de stad in, en zoals wel te verwachten was stopten we al bij het restaurant van Wendra - dat er van buiten best aardig uitzag maar binnen werkelijk helemaal niets voorstelde. Het bestelsysteem - iedereen vulde een briefje in met zijn bestelling - leek betrouwbaar maar was het niet. Na een uur kwam een melding dat bepaalde ingrediŽnten op waren, zonder verder per gast de gevolgen aan te geven. Al snel bleek dat de bedieningsvolgorde helemaal niet overeenkwam met de bestelvolgorde. Na twee uur wachten werd mij doodleuk meegedeeld dat er geen eten meer was. Ondertussen hadden alle andere gasten in ieder geval iets gehad, maar overal was het gemopper niet van de lucht. En dat terwijl de bediening verveeld aan de bar hing en naar de televisie keek.... De volgende dag bleek dat Bukittingi aan het centrale plein, een paar honderd meter verder, o.a. een KFC had en een prima Pizza Hut!

Op 30 september hadden we een vrij besteedbare dag. 's Morgens gingen we met een groepje de stad in naar het centrale plein met de klokkentoren, de Jam Gadang. Het was zondag, en erg levendig met diverse - lokale - toeristen, artiesten, straatverkopers en zo. Langs de overdekte markt, iets verderop, een lange rij paardenkarren om mensen rond te rijden. we werden enkele keren gevraagd voor een interview door middelbare schoolmeisjes die een opdracht van school hadden. Op zeker moment hadden we daar genoeg van. De markt was eigenlijk zoals we wel gewend zijn. Naast een hele rij kramen met kleding was er iets verderop de overdekte markt (Pasar Jawa) met etenswaren, speelgoed, enzovoorts. Kruipdoor-sluipdoor, en soms geweldig stinken - vooral kip, vlees en vis.

Er waren voldoende geldautomaten om de portemonnee weer bij te vullen. We hebben gegeten bij de KFC, en al gereserveerd voor buurman Pizza Hut voor 's avonds. Dat was een goede keuze.

Karbouwengat

Aan de rand van de stad, vlakbij ons hotel, ligt een schilderachtig, steil ravijn met hoge wanden, genaamd "Karbouwengat" (lokaal bekend als Ngarai Sianok).
Ngarai Sianok has two steep walls facing each other almost vertically, falling to a flat bottom where a river meanders among green ricefields. Its height is about 100 to 120 meters and the canyon itself is 15 km long. This gorge separates the towns of Bukittinggi and Kota Gadang on its opposite side.

We hebben het Karbouwengat bekeken vanaf het  Panorama Park, toen we terugliepen vanuit het centrum naar ons hotel. Voor een klein bedrag  krijg je toegang en kun je veilig tot vlak op de rand kijken en foto's maken. Lokale mensen zitten er te lunchen, waarbij apen begerig toekijken en soms ook toehappen...

Minangkabauers

De vruchtbare hooglanden van West-Sumatra vormen het woongebied van een van de interessantste bevolkingsgroepen van lndonesiŽ , de Minangkabauers. Dankzij hun reputatie als intellectuelen bekleden mannen van deze bevolkingsgroep hoge posten in de Indonesische regering De Minangkabauers staan bovendien bekend om hun zakeninstinct.

Wat deze bevolkingsgroep echter zo bijzonder interessant maakt, is het feit dat ze niet alleen vrome moslims zijn, maar ook een matriarchale samenleving kennen. Hierbij worden sociale status en bezit via de vrouwelijke lijn overgeŽrfd. De Minangkabauers leiden hun afkomst terug tot een rumah gadang (clanhuis), waaraan ze trouw zij n en waarvoor ze gedurende hun hele leven maatschappelijke verplichtingen vervullen. Elke rumah gadang heeft afstammelingen die terug te leiden zijn tot een enkele grootmoeder. Alle waardevolle eigendommen, land en het huis zijn gemeenschappelijk bezit van de clan en kunnen niet zonder toestemming van de gehele groep verkocht worden. De leiders zijn de grootmoeder en al haar vrouwelijke erfgenamen, inclusief haar oudste broer. De mannen zijn betrokken bij het beheer van de gemeenschappelijke eigendommen, maar het zijn de vrouwen die het gebruiksrecht hebben, met inbegrip van het eigendom over het land.

De vrouwen hebben dus een hoge sociale status in de maatschappij van de Minangkabauers. Wanneer een vrouw trouwt, betaalt ze een bruidsschat aan de vrouwelijke familieleden van haar echtgenoot Na de bruiloft gaat de man bij zijn vrouw thuis 'op bezoek', maar de ochtend daarop keert hij terug naar het huis van zijn moeder om op de akkers te werken en de kinderen van zijn zuster op te voeden. Hij is verantwoordelijk voor zijn neven en nichten; zijn eigen kinderen worden op hun beurt opgevoed door de broers van zijn vrouw.

De jonge mannen worden aangemoedigd om te reizen; hetgeen merantau genoemd wordt ('weten wat het is om zonder iets te zijn). om hun fortuin elders te zoeken en de wereld te leren kennen. Deze overgangsrite heeft de ontwikkeling van handelsgeest en ondernemerszin mogelijk gemaakt. Wanneer de ervaren reiziger met zijn nieuw verworven rijkdom terugkeert, wordt hij als huwbaar beschouwd. Het huishouden is het domein van de vrouw, terwijl de echtgenoot, zonen en broers elders wonen. De vrouwen zijn actief betrokken bij de dagelijkse gang van zaken in het clanhuis. De mannen reizenmaar zijn met hun hart altijd in het dorp. Ze sturen geld naar huis voor de bouw van moskeeŽn, voor ceremonies en voor het onderhoud van het Ionghouse van de familie. Het clanhuis is een groot langwerpig gebouw met een dak dat qua vorm op buffelhoorns lijkt. De kunstzinnig bewerkte panelen aan de buitenzijde van het huis zijn de trots van de plaatselijke houtbewerkers. Andere voorbeelden van kunstzinnigheid zijn de prachtige handgeweven kain songet, filigraan zilveren sieraden, levendige muziek en de unieke siIatdans, een combinatie van bewegingen uit de oosterse vechtsporten en dans.

's Middags maakten we een tocht per minibusje om kennis te maken met allerlei facetten van de Minangkabause levenswijze. Evenals de Batak hebben de Minangkabau een eigen stijl van huizenbouw met karakteristieke puntdaken, die op buffelhorens lijken. 

  1. Pandai Sikek: een dorpje, bekend om zijn traditionele huisambachten zoals houtsnijden en weven. Hier wordt nog de Minangkabause songket gemaakt, een soort brokaat.
  2. in de buurt van Padang Panjang een boerendorp met een grote variŽteit aan geteelde producten zoals fruit, peper, kaneel en koffie. We maakten hier een prachtige wandeling langs de velden, met in de verte het Singkarakmeer, en bezochten een familie die kaneel oogstte.
  3. Pagaruyung, het na een brand in 2007 herbouwde paleis van de koning, de topattractie uit de buurt.
  4. bij Tabek Patah een plaatselijke koffiemaalderij / branderij, en productie van bananenkoekjes/snoepjes. Proeverij van koffie en thee, met een prachtig uitzicht en een mooie tuin.

De volgende etappe op onze reis was naar het vliegveld van Padang voor de vliegreis via Jakarta naar Jogjakarta op Java.

Terug naar het overzicht