3-10 - dag 14 - Candirejo – Borobodur

We vertrokken vroeg (6.30 uur) naar de Borobudur, een uurtje rijden van Jogjakarta (40 km) om daar rond te kijken terwijl het er nog rustig is. Dat lukte, alhoewel de eerste groepen Indonesische scholieren er ook net aankwamen. Wij hoefden geen sarongs o.i.d. om, zij wel. Dit is het grootste boeddhistische heiligdom ter wereld. Een lange stenen trap leidt naar de vele plateaus, die met grandioze reliëfs versierd zijn. We konden het complex in alle rust bekijken, maar zoveel tijd heb je daar ook niet voor nodig. In het gebouw waar je de zeer dure tickets kon afrekenen, was het koel en kon je ook wat drinken krijgen. Terug bij dat gebouw hadden we al diverse verkopers moeten afslaan, maar ook al een vijftal beeldjes gekocht - weer te duur, bleek later. Bij de parkeerplaats was een enorme markt waar werkelijk alles te koop was aan souvenirs.

Wij gingen door naar het tweede deel van de excursie. Op 5 kilometer van de Borobudur ligt het sfeervolle en vriendelijke plaatsje Candirejo. Dit is een typisch Javaans dorp.  De bewoners hebben, gesteund door een ontwikkelingsorganisatie, een duurzaam toerismeproject opgericht dat het Javaanse dorpsleven onder de aandacht wil brengen. We maakten een tochtje met een traditionele andong (paardenkar), langs plantages van o.a. papaya en tabak. We dronken klappermelk en brachten een bezoek aan een kroepoekfabriekje, waar ze van cassave een versnapering maakten zoals Nibbit. De bewoners waren ontzettend vriendelijk en vonden het erg leuk dat we hun dorp bezochten.  De mannen waren als koetsier traditioneel gekleed, we zaten per stel in een koets en vormden zo een lange rij door de dreven. We zagen hoe de snippers tabak werd gedroogd, hoe die eerst als grote bladen de schuur in kwamen en werden verwerkt. Tot slot was er een maaltijdbuffet in het dorpshuis met begeleiding van een gamelanorkest, waar enkelen van ons ook een instrument mochten bespelen.

Om 14 uur waren we weer terug bij het hotel en brachten de rest van de middag door aan het zwembad. Klik hier voor de complete route. 's Avonds aten we weer bij K-meals, tien minuten lopen.

Wat meer over de Borobudur

De Borobudur (Javaans: Barabudhur) is een boeddhistisch heiligdom op 40 km ten noordwesten van Jogjakarta in de provincie Midden-Java, in het centrum van het Indonesische eiland Java. Het is naast de Prambanan en de Kraton in Jogjakarta één van de toeristische trekpleisters van Centraal-Java. De Borobudur is gelegen bij de Merapi, de meest actieve vulkaan van Indonesië, en is gebouwd in de periode 750 - 850. De naam stamt mogelijk van het Sanskriet "Vihara Buddha Ur", dit betekent vrij vertaald "boeddhistische tempel op de berg".
De Borobudur is opgebouwd als een grote stoepa. De basis van deze stoepa is 123 bij 123 meter. De stoepa heeft negen etages; de onderste zes zijn vierkant, de bovenste drie rond. De etages vertegenwoordigen de boeddhistische kosmos. Op de bovenste etages bevinden zich 72 kleine stoepa's, die gebouwd zijn rondom één grote centrale stoepa. De grote stoepa staat symbool voor het Nirwana. De kleine stoepa's vertegenwoordigen van onder naar boven de weg die een boeddhist moet afleggen om uiteindelijk in het Nirvana te worden opgenomen. De open gaten in de onderste stoepa's staan op hun punt (de weg is nog onzeker) en in de bovenste stoepa's vlak, horizontaal (de weg is duidelijk, het geloof stevig).

's Ochtends dient de Borobudur nog steeds als gebedsoord. Een pelgrim loopt iedere etage zeven maal rond met de klok mee. In de stoepa's bevinden zich beelden van Boeddha ; wie door de gaten in de stoepa's deze beelden aan kan raken ontvangt, volgens het lokale bijgeloof (niet volgens het boeddhisme), het eeuwige geluk.

De bouw van de Borobudur, althans het voltooien er van - vermoedelijk op wens van een der vorsten uit de boeddhistische Sailendra-dynastie - is alleen al uit het oogpunt van fysieke mankracht een enorme prestatie geweest. In de tempel is niet minder dan 56640 kubieke meter steen verwerkt. De bouw moet minstens 80 jaar hebben geduurd en de kosten moeten overweldigend zijn geweest; misschien wel overeenkomstig het Birmaanse gezegde: "de grote Pagode is voltooid, het land is geruïneerd..."

De Borobudur heeft eeuwen verborgen gelegen onder as en begroeiing. In de achttiende eeuw moet van de hoogste terrassen van de Borobudur nog wel iets te zien zijn geweest. Nederlanders op weg naar het Javaanse hof kwamen wel langs andere monumenten maar nooit in de buurt van de Borobudur.

De Borobudur is herontdekt in 1814 ten tijde van het Engelse Tussenbewind in Nederlands-Indië, door toedoen van Luitenant-Gouverneur Sir Thomas Stamford Raffles en met name de door hem uitgezonden Nederlandse medewerker H.C. Cornelius. Cornelius maakte met meer dan 200 man gedurende ruim anderhalve maand het monument al enigszins vrij. Zijn werk werd tussen 1817 en 1822 door anderen voortgezet. Vanaf 1835 waren ook de hogere gaanderijen "gedeblayeerd" en was het monument grotendeels voor het oog toegankelijk. In de jaren 1849-1853 voerde F.C. Wilsen een opdracht uit alle reliëfs in tekening te brengen. Zijn werk werd gereproduceerd bij de eerste Borobudur monografie (1873) samengesteld door de directeur van het Rijksmuseum van Oudheden te Leiden Dr C. Leemans. Ook in 1873 maakte de toentertijd zeer bekende fotograaf Isidore van Kinsbergen opnamen van de Borobudur. De bouwkundige toestand van het complex bleef onbevredigend, zodat in 1882 zelfs een Hoofdinspecteur van de Cultures voorstelde de Borobudur maar geheel af te breken en de reliëfs in musea te bewaren.

In 1885 ontdekte Jan Willem IJzerman, de eerste voorzitter van de Archaeologische Vereeniging van Jogjakarta, de verborgen basis van de Borobudur. Het pad eromheen werd afgegraven en de fotograaf Kassian Céphas werd gevraagd alle 160 reliëfs die tevoorschijn kwamen te fotograferen. Daarna werden de reliëfs weer bedekt. Daarom zijn de opnamen van Céphas tot op de dag van vandaag de enige bron voor studie van deze reliëfs.

De liefde voor de Borobudur ontstond zo langzamerhand wel bij velen maar weer anderen kregen (of stalen) reliëfs, boeddhakopjes of ornamenten. Ook wordt verhaald van huzaren uit Magelang die hun sabels wetten op dhyani-Boeddha's en van vrolijke officieren die hun dinertjes met bestormingen van het heiligdom besloten. De Koning van Siam, in 1886 op bezoek bij de landvoogd Otto van Rees, deed op zijn rondreis door Nederlands-Indië de Borobudur aan en kreeg meer dan zijn zin: acht ossenkarren onvervangbare beelden en ornamenten, inclusief de enige tempelwachter van groot formaat werden naar Siam afgevoerd. (bron: Wikipedia)

De volgende dag gaan we naar Tawangmangu, zo'n 100 kilometer verder naar het oosten.

Terug naar het overzicht