4-10 - dag 15 - bezoek Prambanan en Sukuh - wandeling naar Tawangmangu

We begonnen vandaag vroeg met een bezoek aan de Prambanan (B), een andere indrukwekkende tempel op 18 km van Jogja (A). Zie voor de hele route van deze dag hier. In tegenstelling tot de Borobudur is dit een hindoeïstisch bouwwerk. De drie hoofdtempels zijn prachtig gelegen.

Ten oosten van Jogja, voorbij het vliegveld, loopt de hoofdweg van Jogja naar Solo door een vlakte die bezaaid is met ruïnes van oudheden. Omdat de Midden-Javanen deze candi 's beschouwen als koninklijke mausoleums, staat dit gebied bekend als de 'Vallei van de Koningen' of de 'Vallei van de Doden'. Midden in deze vlakte, 18 km van Jogja, ligt het hindoeistische tempelcomplex Prambanan.

De tempel werd rond het jaar 856 voltooid als aandenken aan de overwinning van Rakai Pikatan (een Shivaistische nazaat van de Sanjaya's) op de laatste Sailendra-vorst van Midden-Java (die naar Sumatra vluchtte en heerser van Sriwijaya werd). Binnen enkele jaren na de voltooiing werd de tempel echter verlaten en deze is na verloop van tijd ingestort. In 1918 werden de eerste voorbereidingen voor de restauratie getroffen, maar het werk zelf begon in 1937 en werd pas in 1953 voltooid. Sommige van de andere tempels en gebouwen van het Prambanancomplex zijn ook al compleet gerestaureerd, maar bij de aardbeving van mei 2006 werd het complex weer beschadigd.

Op de centrale binnenplaats van het complex staan acht gebouwen. De drie grootste staan - in een lijn van noord naar zuid - aan de westkant van het plein. Dit zijn de schitterende 47 m hoge Candi Siva Mahadeva, die aan weerszijden geflankeerd wordt door de iets kleinere Candi Vishnu (ten noorden) en Candi Brahma (ten zuiden).

Daartegenover, aan de oostkant van het plein, staan drie kleinere tempels die ooit onderdak boden aan de 'voertuigen' van elk van de goden: de stier van Shiva (nandi), de gans van Brahma (hainsa) en de mythische adelaar of zonnevogel van Vishnu (garuda). Van deze is alleen de stier bewaard gebleven.

Bij de noordelijke en zuidelijke toegangspoorten van de binnenplaats van het complex staan twee identieke, 16 m hoge hoftempels.
Candi Siva Mahadeva, de grootste tempel, is aan Shiva gewijd en staat ook wel bekend als Roro Jonggrang (Slanke Maagd). Met deze naam (die overigens vaak onjuist gespeld wordt als Loro Jonggrang) wordt in de volksmond soms het hele tempelcomplex aangeduid. Volgens een plaatselijke legende was Roro Jonggrang een prinses die het hof werd gemaakt door een ongewenste minnaar. Ze beval de man in één nacht een tempel te bouwen en liet vervolgens zijn bijna geslaagde poging mislukken door met de rijstvijzel te slaan en daarmee voortijdig het aanbreken van de dag aan te kondigen. Woedend veranderde de man de maagd in steen en volgens de legende is ze sindsdien in de noordelijke kamer van de tempel gebleven als standbeeld van Durga, de gemalin van Shiva. In de andere drie kamers staan beelden van Agastya, de 'Goddelijke Leraar' (met zijn gelaat naar het zuiden), Ganesha, de zoon van Shiva met zijn olifantenkop (met het gezicht naar het westen) en een drie meter hoge figuur van Shiva (in de middelste kamer, met het gezicht naar het oosten).

De aantrekkingskracht van Roro Jonggrang ligt in de schitterende symmetrie, de sierlijke verhoudingen en de rijkdom aan details in het beeldhouwwerk. Op de binnenmuren van de balustrade (te beginnen bij de oostelijke poort en vervolgens met de wijzers van de klok mee) wordt het verhaal van de Ramayana verteld in bas-reliëf.

Candi Sukuh

Langs tabak- en suikerrietvelden reden we 81 km verder naar de plek waar we gingen lunchen. daar scheidden zich de wegen van de groep wandelaars, die overstapten in een minibus om naar de Sukuhtempel gebracht te worden - 8 kilometer verderop, het startpunt van de wandeling door de heuvels naar Tawangmangu, zo'n 10 kilometer. Omdat de weg vrij steil is gaat de bus zonder bagage naar het hotel. Degenen die niet gingen wandelen, stapten in een ander busje.

De Candi Sukuh tempel is gelegen op 910 meter hoogte, op de hellingen van Gunung Lawu welke berg op de grens ligt van Centraal-Java en Oost-Java. De tempel ligt vlak bij het dorpje Karangpandan zo'n 16 kilometer ten oosten van de stad Solo (Surakarta).
Net zoals bij de Borubudur werd op onverklaarbare wijze het complex door de toenmalige bouwers verlaten en nam de natuur het over en overwoekerde het geheel.
Deze één van Java's mysterieuze en frapante tempels werd in 1815 weer ontdekt door een inwoner van Sukarta, Johnson, tijdens de periode van het Raffles bestuur over Indonesië. Nederland werd in die periode door de Fransen overheerst.
De tempel strek zich uit van het oosten naar het westen op de helling. De hoofdingang ligt aan de westelijke zijde. De bouw van de tempel wordt geschat uit de periode van de 15e eeuw en doet pre-historisch aan en doet denken aan het tijdperk van Meghalitic Punden Berundak (terrasgraven).

Echter, waar de meeste tempels een groot plein als heiligdom hebben is de vorm van deze tempel een afgeknotte piramide opgebouwd uit ruw uitgekapte stenen, wat het geheel een indruk geeft van de bouwstijl van de Maya's uit Midden-Amerika, terwijl de uitgekapte beelden in de 'wayang stijl' zijn, wat speciaal is voor Oost-Java. De tempel heeft drie concentrische terrassen welke onderling verbonden zijn met een toegangspoort en trappen. De afbeeldingen zijn ruw en rommelig. De tempel is zeer wild erotisch, maar in een humoristische manier gepresenteerd zoals de stenen penis en de bedoelde vruchtbaarheids elementen van de vagina is normaal zichtbaar weergegeven
Overal waar je ook kijkt rondom de tempel, staan beelden van mannelijke leden in overvloed. Het zijn niet de abstracte fallussen als het Hindoe-lingam symbool. Uitgehouwen in de vloer voor de eerste toegangspoort ligt een mannelijk en vrouwelijk geslachtdeel in de liefdes daad. Ook op de stenen panelen staan de mannen naakt vanaf hun middel. Afbeeldingen van bloemen zijn overal te vinden als het symbool van de dorpelingen dat hun huwbare vrouwen nog maagd zijn. De vrouw draagt een sarong en gaat naar de (ligam) penis en als de sarong is gebroken betekend dat, dat haar (yoni) vagina onbeschadigd is als bewijs.
Voor de ingang van de piramide staan willekeurig opgesteld drie afgeknotte beelden van schildpadden welke vermoedelijk gebruikt werden als altaar voor het aanbieden van offers.

Naar Tawangmangu

We maakten een mooie wandeling, onder leiding van een gids uit het hotel, van ongeveer drie uur (10 km) door het berggebied (max. hoogteverschil was 200 meter) naar Tawangmangu. Onderweg kwamen we door enkele kleine nederzettingen, en vooral langs heel wat velden waar diverse groenten geteelt werden zoals kool, wortels, en radijs. De kleuren van de diverse gewassen op de akkertjes langs de berghellingen vormen een fraai schilderij. Aan het einde van de wandeltocht kwamen we door een recreatiepark van wel 20 hectare rond een waterval van 81 meter hoog, de Grojogan Sewu, op de hellingen van de Lawu vulkaan. Er was niet veel water, des te meer apen. Vooral aan de andere kant van het park, de ingang bij het dorp Tawangmangu, waar weer veel kraampjes stonden, waren de apen vrij agressief.  Vanaf de waterval was het nog een steile klim naar de uitgang, aan de rand van het dorp. In de kraampjes werd ook de plaatselijke lekkernij verkocht: saté van konijnenvlees (sate kalinci). We hebben er van geproefd en het was erg lekker.

We sliepen hier in een eenvoudig hotel in het op 1100 m hoogte gelegen Tawangmangu, Hotel Komajaya Komaratih: één ster. We waren er na de wandeling om kwart over vier, zodat we nog genoeg tijd hadden om op het terras wat te drinken.

Het avondeten was niet veel soeps, met name de westerse gerechten - met varkensvlees (Schnitzel) of rundvlees ('steak') waren kwalitatief onder de maat, een slechte slager waarschijnlijk. Onze kamers lagen rond een klein binnenplaatsje met tuin, eigenlijk een soort atrium.

Daarnaast was een open groepsruimte / restaurant  waar 's avonds een andere groep toeristen (Italianen?) erg luidruchtig zat te zijn. En dan was er nog een eenvoudig ingericht zaaltje waar wij aten. Bij de receptie een soort open lobby met wat gemakkelijke banken / fauteuils. De kamers waren klein, en de badkamer piepklein met een vreemde waterbak - met open afvoer, en een primitief watertoestel / douche.

De volgende dag reisden we door naar Malang.

Terug naar het overzicht