9-10 - dag 20 - Sukamade - op zoek naar zeeschildpadden (85 km)

Vandaag reden we naar het Meru Betiri-natuurpark, klik hier voor de route. Het gebied van 58.000 hectare is genoemd naar de hoogste berg in het park, de Gunung Betiri (1223m). In dit park vind je één van de laatste uitgebreide laagland-regenwouden van Java. Je vind in dit gebied ook mangrovebossen, moerassen en stranden.

De excursie is ooit bedacht door de eigenaren van het hotel in Kalibaru. Om problemen te vermijden - deze excursie was niet bij hen ingekocht - reden we eerst een stukje met de bus - we vertroekken om 8 uur -  en stapten toen pas over in de jeeps. Per jeep rijden we via rubber-, koffie- en cacoaplantages naar Sukamade ( 8°31'51.52"Z 113°52'45.20"O). Het eerste deel is nog verhard, ongeveer tot aan de rand van het park. Al snel daarna moesten we met de jeep door een rivier heen.

We stopten bij een fabriekje waar ze palmsuiker maakten door het in de palmbomen opgevangen sap in te koken in ijzeren schalen boven ovens op houtvuur gestookt. Uiteindelijk worden cilindervormige stukken bruine basterdsuiker verkregen. De fabriek wordt gepacht door een aantal families, waarvan de kinderen ook vrolijk rond de houtvuren speelden zonder enig gevaar te zien. We deelden wat pennen en stickers uit, wat gretig werd geaccepteerd.

We reden verder en stopten om half twaalf aan het strand bij een klein vissersdorp aan de baai van Rajekwesi, waar we na een heel stuk over het strand te hebben gelopen een picknick-lunch hadden, met de bekende koude nassi en kippepoot in een plastic bakje. Er was niet eens een plek om gewoon fatsoenlijk te zitten, het eten moest hangend of op het zand zitten gebeuren... en sanitaire voorzieningen waren er niet. Waarom we dus eigenlijk IN dit dorpje gingen lunchen is mij onduidelijk, we hadden het beter in de vrije natuur kunnen doen.

De vissers van het dorp trekken er met hun traditionele boten met drijvers aan elke kant op uit om kreeften te vangen. De vissers duiken hiervoor naar de bodem, ondertussen lucht krijgen van een compressor op de boot, via een luchtslang. Na het vissen worden de boten met een karretje op het strand getrokken.

Om half een reden we weer een eind door, we waren inmiddels op een heel slecht pad in de jungle aan het stijgen. Hier stapten we uit om een kleine twee uur, 4 kilometer, te voet over dat pad te trekken en ondertussen van de natuur te genieten. Onderweg vloog enkele keren een toekan over ons heen, en we zagen een groep apen. hier en daar had je een doorkijkje naar de zee. De jeeps stonden te wachten bij een soort wachtpost. We stapten in en reden nog een kleine 10 kilometer waarbij we nogmaals een rivier moesten doorwaden met de jeep omdat de weg (al een paar jaar) niet meer begaanbaar was omdat er een brug was verdwenen. Maakt niet uit, iedereen haalde met droge voeten de overkant. Daar waren het weer de plantages waar we doorheen reden tot de fabriek van Sukamade.

De overnachting vond plaats in de Mess van de latexfebriek van Sukamade, gebouwd in de jaren 1970. We waren er al om drie uur, en kregen eerst een rondleiding door de fabriek. Op een primitieve manier worden hier de eerste en tweede kwaliteit latex gewassen en tot platen verwerkt. de tweede kwaliteit bevat veel verontreinigingen door takjes e.d. en wordt vooral gebruikt voor zolen van sandalen. Buiten was ook nog een onduidelijke activiteit met kokosnoten. De fabriek en het terrein maakten een erg verwaarloosde indruk. Direct naast het terrein is de vroegere mess, nu een zeer eenvoudig hotel.

In het Nationaal park zijn slechts twee dorpjes, die langzaam verdwijnen. De concessie van de onderneming wordt door de regering niet verlengd omdat men wil dat het weer een volledig natuurpark wordt. Dit heeft tot gevolg dat de onderneming jaarlijks kleiner wordt en er steeds meer mensen wegtrekken. In het dorp is alleen elektriciteit van de onderneming en de generator gaat om 10 uur ‘s avonds uit (en pas om 6 uur weer aan). Dan is er alleen verlichting van petroleumlampen. Als de duisternis invalt komen er honderden reuze vleermuizen over die naar de fruitbomen van de bevolking trekken.

De op de plantage Sukamade gelegen Mess (Wisma) Perkebunan Sukamade is vrijwel de enige mogelijkheid tot overnachting in de wijde omgeving en heeft zeer eenvoudige en nogal spartaans ingerichte maar 'schone' kamers, zonder airco. De 12 (5-persoons) kamers hebben geen airconditioning en er is alleen een mandikamer (traditioneel Indonesische badkamer, met schepteiltje koud water).  Men was druk aan het verbouwen, waardoor je echt het gevoel had in een bouwput te moeten overnachten - met vier man op een kamer, want de reisorganisatie vond het niet nodig om 10 kamers te betalen. De verlichting bleek al gemoderniseerd: na het wegvallen van de generatorstroom gingen automatisch de LEDs op zonne-energie aan. Tussen alle bouwwerkzaamheden door was er één (kaal) vertrek ingericht als eetzaal. Wij bleven op de veranda voor onze kamers wat drinken (dat kon je wel krijgen!), in afwachting van het eten en de avondexcursie. Er werd overigens ook niets gezegd over het nabijgelegen dorp....

Na het eten - we vertrokken kwart voor zeven - reden we met de jeeps in een half uurtje naar Pantai (strand) Penyu. Daar kregen we eerst in het gebouw van de rangers tekst en uitleg, en zagen we de 'kraamkamer' en 'opgroeibad' van de kleine schildpadjes te zien. Het laatste stuk, een pad van enkele honderden meters door het bos, moest te voet worden afgelegd, in het pikdonker en zonder geluid.....
Op dit strand komen regelmatig zeeschildpadden hun eieren leggen en als je geluk hebt - wat wij dus niet hadden - kun je dit zien, mits je heel stil bent. Want vooral tijdens het graven van een hol mogen de schildpadden niet gestoord worden! Pas als ze bezig zijn met eieren leggen kun je een kijkje nemen. De leatherback turtles die hier voorkomen kunnen wel 1,5 meter in doorsnee worden. Op het strand gaat de gids op zoek naar verse sporen en heeft hij die gevonden dan geeft hij een signaal dat men naar het nest kan komen. De schildpadden die hier eieren komen leggen variëren van 150 – 350 kilo en leggen gemiddeld 100 - 150 eieren. De dieren zijn zo’n 2 uur op het strand om het nest te graven, eieren te leggen en het nest weer dicht te gooien. Na 55 – 56 dagen komen dan de eieren uit.
Omdat er veel stropers zijn wordt het nest gemarkeerd en soms direct, maar anders de volgende dag worden de eieren uitgegraven en binnen een omheining weer ingegraven. Als ze bijna uitkomen gaan de eieren naar de emmers in het gebouwtje om uit te komen. Hier laat men de jonge diertjes enkele dagen aansterken (tot het schild hard begint te worden) Het gevolg hiervan is dat 95 % de eerste 10 dagen overleeft terwijl dat percentage normaal slechts op 10 % ligt. Zie hier een filmpje van de jonge schildpadden op het strand.

Wij brachten een paar uur liggend op het strand door, in afwachting van een signaal van de rangers dat niet kwam. Onder een mooie sterrenhemel, met een fosforiserende branding die een zeeeer rustgevend geluid maakt. Rond een uur of tien werd het signaal gegeven om terug te keren naar de jeeps. De terugtocht werd via dezelfde route gemaakt.

De volgende dag gingen we naar Ketapang, aan de kust tegenover het eiland Bali.

Terug naar het overzicht