21 en 22-9 - dag 2-3 Tangkahan - Gunung Leuser Nationaal Park

Vanaf het vliegveld zouden we in een uur of vier meteen door naar Tangkahan (kunnen) rijden. Maar in reisverhalen werd al gewaarschuwd: de reisduur naar het minidorpje Tangkahan ligt tussen de 5 en 7 uur, afhankelijk van de kwaliteit van de auto, de hoeveelheid stops om even bij te komen van het schommelen en natuurlijk de weersomstandigheden. In de regentijd zullen de vele gaten in de weg modderpoelen zijn en is het nog tijdrovender om er door heen te komen.
Onderweg passeerden we het stadje Binjai, dat bekent staat om zijn rambutanvruchten. Deze heerlijke op lychee lijkende vruchten zijn echter alleen in bepaalde maanden van het jaar te verkrijgen. Wij hebben er dus niets van gezien, pas dagenl later op de markt in Berastagi...
De weg naar Binjai (25 km) is redelijk, pas daarna wordt de weg hobbelig en grotendeels ook zonder asfalt. De chauffeur heeft het over een ‘bumpi bumpi road’’ . Het landschap is niet echt gevarieerd, de weg gaat voornamelijk door palmolie- en rubber plantages.

Wij stopten in de noordelijke uitlopers van Binjai bij Rumah Soup, een eenvoudig eethuisje langs de weg, voor een (kennelijk vooraf afgesproken) koffiestop. het was onze eerste kennismaking met de pikzwarte, en sterk gezoete, Indonesische koffie. We hadden toen al een uur in het zeer drukke verkeer van de miljoenenstad Medan en haar satellietstadjes gereden.

Het dorpje Tangkahan (zie ook het filmpje) ligt in het Gunung Leuser Nationaal Park, één van de laatst overgebleven stukken laaglandregenwoud.

De weg werd de laatste 67 kilometers steeds slechter, halverwege houdt het asfalt echt op. Langs palmolieplantages, die vaak nog door de Nederlanders zijn aangelegd. Het Gunung Leuser NP wordt gevormd door bergketens en primair regenwoud. Je zou hier volgens Sawadee nog grote aantallen gigantische bomen en zeldzame flora kunnen vinden en fauna zoals de orang-oetan en de rafflesia reuzenbloem. Andere bedreigde diersoorten als tijgers, oilfanten en neushoorns struinen rond in het ondoordringbare tropische regenwoud. Reclamepraat.

De luchten boven onze bestemming werden allengs dreigender, uiteindelijk begon het te regenen en in de verte te onweren. De brommerrijders droegen hun regencapes, de onverharde weg kreeg steeds meer kuilen met water. Met voorzichtig manoeuvreren konden de drie chauffeurs - wij zaten in de eerste auto - er door. Op sommige momenten waren de chauffeurs elkaar kwijt, gelukkig hadden ze een mobiele telefoon. Maar op zeker moment, bij wegwerkzaamheden, was de wegverharding verstoord en ontstond er een grote modderpoel waar de eerste twee auto's met behulp van een toevallig aanwezige shovelchauffeur doorheen getrokken konden worden, tot een tegenligger helemaal klem kwam te zitten - en dus auto nummer drie ging omrijden... Dat werd een avontuur voor de 6 groepsleden in die auto, want de chauffeur raakte verder volledig de weg kwijt en kwam uiteindelijk anderhalf uur na ons aan in Tangkahan.

Sawadee over dit dorp: illegale houtkap is helaas nog steeds een groot probleem. Inmiddels hebben de dorpelingen van Tangkahan ingezien dat dit tot hun uiteindelijke ondergang zou leiden en daarom hebben ze drie jaar geleden besloten om op een andere manier het woud en haar bronnen te gaan aanwenden. Met hulp van buitenaf hebben ze een community-based project opgezet en met behulp van ecotoerisme een alternatieve inkomstenbron gezocht. Van dichtbij gaan we zien hoe de Karo Batakstam de overgang maken van illegale kappers naar ecobewuste boeren die zichzelf nu opwerpen als beschermers van het regenwoud.

Er zijn inmiddels twee of drie onderkomens voor (eco)toeristen, twee - Jungle Lodge en Linnea Lodge (waar wij twee nachten sliepen) - zijn buren en werken samen. In plaats van de gasten per vlot over de rivier naar hun lodges te krijgen, hebben ze in 2012 geïnvesteerd in een hangbrug over de rivier. Daar mochten wij dus, in het pikkedonker, in de regen en met onze handbagage, overheen om vervolgens het voetpad zo'n anderhalve kilometer door de jungle te volgen. De zaklantaarns zaten uiteraard in de koffer, die door het lodgepersoneel (of behulpzame dorpsgenoten) vooruit werden gesjouwd.... Afijn, er waren toch genoeg handigerds met lampjes, en na enige tijd hoorden we al het geluid van de generator van de lodge en zagen we de lichten. Het per telefoon bestelde warme buffet met rijst en zo was inmiddels als lauw, en werd later als mogelijke boosdoener voor de massale voedselvergiftiging (6 mensen) gezien. Bedenk dat het in de open ruimte van het restaurant stond opgesteld!

We hadden vooraf al wat informatie gekregen en ook zelf wat opgezocht rond de accommodatie. er bleken cottages te zijn, in twee typen, bestaande uit een ruime slaapkamer met tweepersoonsbed, voorzien van klamboe, en een half open badkamer met (Westerse) WC, mandi en koude douche (piemelstraaltje). Een ‘mandi’ is een bakje waarmee je koud water over je heen giet, vanuit een zelf te vullen bak / kuip (gajung). Er is hier alleen elektriciteit van 18:00 – 22:00 uur door middel van een generator. Een zaklantaarn is nodig om bijvoorbeeld 's nachts naar de WC te gaan.

De exacte locatie van Tangkahan is niet te vinden in Google Maps. De echte locatie heb ik uiteindelijk alleen met mijn eigen GPS weten te bepalen, zie ook de locatieaanduidingen in dit Google Earth bestand.

's Morgens hadden we een eenvoudig ontbijtje met gebakken eieren in het prachtige restaurant met uitzicht op een zijrivier van die waaraan het dorp zelf is gelegen. Met een lokale gids maakten we een wandeling van ruim 2 kilometer door de directe omgeving, waarbij we vooral langs en door de rivier trokken. De gids vertelde over de producten die plaatselijk werden geteeld, zoals ananas. We bekeken de Lau Garat waterval en kwamen langs de warmwaterbron (aan de overkant van de rivier). Bezoek hieraan betekende zwemmen, dat stelden we uit tot later die dag, na het bezoek aan de olifanten.

Hieronder een kleine foto-impressie van de wandeling.

Daaronder volgt het verhaal van de middagexcursie, langs de rivier en door de palmolieplantage naar de verblijf- en wasplaats van de olifanten van Tangkahan.

 

 

Tangkahan heeft 7 tamme olifanten, die zijn opgeleid om mee te patrouilleren door het Nationale Park om stropen en illegale houtkap te voorkomen. Deze olifanten waren oorspronkelijk lastpakken die oogsten vernielden, en huizen in omringende dorpen. Nu beschermen ze het gebied, de bewoners en hun wilde 'collega's'.  Je kunt ook een rit van een uur op hun rug maken, maar dat kost behoorlijk wat geld (65 euro per persoon), dat vonden wij teveel. Een leuke activiteit om mee te maken is het borstelen van de olifantenruggen tijdens hun bad, tweemaal per dag. De olifanten - inmiddels is er ook een kleintje (twee andere babies stierven vrij snel) worden door de rangers van hun weide naar de rivier geleid, worden daar geholpen met hun ontlasting en badderen vervolgens dat het een lieve lust is. ze laten zich vervolgens ook graag bananen voeren door de toeristen.

 
 

De weg naar de olifantenwasplaats is zo'n 3 kilometer van de lodge, over de hangbrug en door het dorp. Op het dorpsplein - met dorpshuis - de hangjongeren, met brommer en gitaar... Verder een heel stuk door de palmolieplantage van de overheid. We zagen er heel wat apen (langstaartmakaken) in de bomen.

Aan 'onze' kant van de rivier gekomen zochten we de zijrivier weer op om naar de warmwaterbron te zwemmen. Daar is het water dieper, en kun je dus zwemmen - de watertemperatuur is prima. de warmwaterbron bleek via een nauwe kloof bereikbaar, de holte was zo klein dat je er amper met twee mensen kunt verblijven. Helaas bleken er vlak voor de oever scherpe rotsen onder water te zitten, waar Gerda zich aan bezeerde. De gids zocht onmiddellijk een geneeskrachtig kruid waarvan hij een papje maakte voor op de schrammen. De stroom bleek zelfs voor enkelen zo sterk, dat ze naar het dorp dreigden af te drijven... We vervolgden onze tocht wadend langs de kant, naar de waterval die we 's ochtends ook al hadden bekeken - maar waar we nu helemaal naar toe klommen voor een (koude) douche. Helaas viel iemand daar naar beneden in een gat / kloof waar zelf de gids niets van wist, en moest ook hier eerste hulp worden verleend. Het zag er niet mooi uit, maar uiteindelijk bleek vele dagen later dat het lapwerk toch voldoende was geweest. In de kleine lettertjes van Sawadee stond: 'de reisbegeleider heeft weliswaar EHBO-materiaal, maar alleen voor eigen gebruik.".... wij hebben daar helemaal niets van gezien. Je beseft dan dat de eerste professionele medische hulp een dagreis verderop is....

Na het eten zijn we nog met een aantal mensen bij de buren - de Jungle Lodge - nog wat gaan drinken. een gezellige boel, er werd gezongen onder begeleiding van een gitaar.

De volgende ochtend gingen we weer over het junglepad en de hangbrug, naar de plek waar jeeps stonden voor de reis naar Bukit Lawang.

Terug naar het overzicht