23 en 24-9 - dag 4-5 Bukit Lawang

Vanaf Tangkahan reden we in  jeeps over een slechte weg zo'n 60 km door plantages in ruim drie uur naar Bukit Lawang. Er was één jeep bij die bijna van ellende uit elkaar viel, de achterbank hing zo scheef dat de chauffeur het reservewiel als steun gebruikte... De bagage was bovenop vastgebonden. Gelukkig was het nu goed weer, en de meeste plassen opgedroogd. Het eerste stuk ging oostwaarts over de weg die we gekomen waren. Na een uur sloegen we af naar het zuiden.

We stopten twee keer een klein half uur,  en om kwart over twaalf waren we op de parkeerplaats even buiten het dorp, bij de hangbrug naar de Eco Lodge, ons verblijf voor twee nachten.

 

 

 

De bagage werd van de parkeerplaats door dragers tot over de brug gebracht. Onze kamer was gelukkig vlakbij, maar we zaten wel ver van de rest. Er was een mooie tuin met goed verharde en verlichte paden naar het restaurant, langs de rivier.

Bukit Lawang is een dorp aan de oevers van de Bahorok rivier. Veel groter en toeristischer dan Tangkahan, er is zelfs een ziekenhuisje en een busstation (mensen uit Medan komen er ook met de bus naartoe). We kwamen op zondagmiddag aan, en dan komen veel gezinnen uit de buurt zich verpozen in (met de kleren aan) en langs de rivier, onder een afdak van palmbladeren. Het was dus overal gezellig druk. We gingen na het eten in het restaurant een wandeling maken om het dorp te bekijken. Pas na zo'n twee kilometer kwamen we in het echte dorp, met heel veel winkeltjes langs het voetpad langs de rivier. We werden  - nadat de dames een sarong hadden gekocht - verleid om in een bepaald restaurantje wat te komen drinken, en hebben daar gezellig gezeten.

 

's Avonds gingen we met de hele groep eten bij de Nederlandse Saskia Landman. Saskia heeft samen met haar Indonesische man Sugianto een kinderhuis opgericht waar zij kinderen die hun ouders hebben verloren tijdens de rampzalige overstroming, die Bukit Lawang heeft verzwolgen in 2003, een nieuw thuis bieden. Het diner was bij de reis inbegrepen,  de verdiensten van ons bezoek komen geheel ten goede aan het kindertehuis. er waren overigens nog maar vier kinderen in dit heel goed geoutilleerde en gezellig ingerichte huis. De meesten zijn al volwassen en wonen en werken elders, maar ze worden nog wel begeleid. Het onderkomen van Saskia en haar man, op een groot stuk grond aan de voet van de bergen, ligt maar een kilometer van de lodge - aan dezelfde kant van de rivier -  en is bereikbaar over een goed verhard pad. Terug in het donker betekende de zaklantaarns gebruiken!

We bezochten de tweede dag, maandagmorgen, het orang oetan informatie centrum waar we eerst een film voorgeschoteld kregen, plus de regels waar we ons in het park aan moesten houden. Om bij het centrum te komen, moesten we eerst weer de rivier oversteken: hier was geen hangbrug (er zijn er totaal 4 in Bukit Lawang), maar de oversteek ging met een primitief gierpontje, een bootje voor vier mensen, dat steeds moest worden leeggehoosd. Vanaf hier moesten we een eind klimmen naar één van de voederplaatsen, waar zowel jonge als oudere orang oetans nog worden bijgevoederd tot het moment aangebroken is dat ze definitief zelfstandig in de jungle kunnen leven. Zie ook http://orangutancentre.org

Na het bezoek aan de voederplaats keerden we terug bij het centrum, en maakten daar met een paar gidsen een tocht door de  jungle in de omgeving. We kwamen daarbij ook op een andere plek waar orang oetans vaak kwamen, maar zagen ook andere soorten apen. Het was een hele klouterpartij, waarbij de dames zich graag lieten helpen door de lokale begeleiders. De gidsen trakteerden ons onderweg op ananas. Vanuit de bergen keerden we via een langzaam dalend pad vanzelf naar ons resort terug.

's Middags maakten we met een aantal mensen van de groep een excursie per motorbetjak. We gingen kijken hoe vogels uit een rijstveld werden geweerd, vanwege de bijna oogstrijpe rijst. Er werd een ecologische boerderij bezocht, met o.a. visvijvers, pindateelt, papaya's, ananas en vele andere gewassen - de voedselleverancier van ons resort.  Vervolgens bezochten we in een kampung (waar later bleek ook onze gids te wonen, hij was net opa geworden) een klein en primitief palmsuiker(huis)fabriekje. Verder zagen we nog het station waar de rijst van de plaatselijke rijstboeren heen werd gebracht om te zeven, te wegen en in zakken te verpakken. Op de terugweg stopten we voor het drinken van verse klappermelk, uit de kokosnoten die ter plekke voor ons uit de boom werden gehaald.

     
     

De kamers in dit resort waren goed, schoon en ruim. Wij zaten beneden in een gebouw van twee verdiepingen, de meeste groepsleden zaten verderop in geschakelde cottages. Geen airconditioning, maar dat was hier ook niet nodig, de ventilator was voldoende. Een klamboe om het bed. Een ruime badkamer, helaas geen douche, alleen een mandibak. Het ruime restaurant was gezellig om te eten, ook hier weer open met zicht op de rivier. De bediening was vriendelijk,  één ober etaleerde erg graag en met humor zijn kennis van het Nederlands ('ik ben een beetje verlegen...').  Er was voldoende keus en het eten smaakte goed.

 

 

 

Wil je onze sporen tot in detail bekijken met Google Earth, klik dan hier.

De volgende ochtend gingen we met een 'luxe toeringcar' op weg naar het Tobameer.

Terug naar het overzicht